Triumph-Adler P-C4580DN Bruksanvisning
Triumph-Adler
Skrivare
P-C4580DN
Läs nedan 📖 manual på svenska för Triumph-Adler P-C4580DN (178 sidor) i kategorin Skrivare. Denna guide var användbar för 9 personer och betygsatt med 4.5 stjärnor i genomsnitt av 2 användare
Sida 1/178

P-C4580DN/C5580DN
Instructiehandleiding
P-C4580DN / C5580DN
Kleuren Printer
Printen
A3
Inleiding
Dank u voor uw aanschaf van de P-C4580DN/P-C5580DN
Deze gebruikershandleiding is bedoeld om u te helpen het apparaat correct te bedienen, het basisonderhoud uit
te voeren en zo nodig eenvoudige problemen op te lossen, zodat u uw apparaat steeds in optimale staat kunt
gebruiken.
Lees deze gebruikershandleiding bediening voordat u het apparaat in gebruik neemt.
Wij raden u aan vervangende artikelen van ons eigen merk te gebruiken. Wij zijn niet aansprakelijk voor schade
als gevolg van het gebruik van artikelen van andere fabrikanten in dit apparaat.

Bijgesloten handleidingen
Bij dit apparaat worden de volgende handleidingen geleverd. Raadpleeg ze wanneer nodig.
Schijf met Product Library
Quick Installation Guide Beschrijft de procedures voor het installeren van de machine.
Safety Guide Bevat informatie over veiligheid en waarschuwingen bij het installeren en het
gebruik van het apparaat. Lees deze handleiding voor u het apparaat in
gebruik neemt.
Safety Guide (P-C4580DN/
P-C5580DN) Beschrijft de installatieruimte van het apparaat, de waarschuwingsruimte en
andere informatie. Lees deze handleiding voor u het apparaat in gebruik
neemt.
Gebruikershandleiding
(deze handleiding) Beschrijft het laden van papier, de basishandelingen voor afdrukken en
probleemoplossing.
Data Security Kit (E)
Operation Guide Legt de installatie en instellingsmethoden voor de Data Security Kit uit.
Card Authentication Kit (B)
Operation Guide Beschrijft hoe men zich bij de machine kan authenticeren met de ID-kaart.
Embedded Web Server
User Guide Beschrijft hoe u vanaf een computer via een Webbrowser toegang tot de
machine kunt verkrijgen voor het controleren en wijzigen van instellingen.
Printing System Driver
User Guide Beschrijft de installatie van het printerstuurprogramma en gebruik van de
afdrukfunctionaliteiten.
Network Tool for Direct
Printing Operation Guide Beschrijft het gebruik van de functionaliteit voor het afdrukken van
PDF-bestanden zonder dat Adobe Acrobat of Reader gestart hoeft te worden.
NETWORK PRINT
MONITORUser Guide Beschrijft het monitoren van het netwerk-afdruksysteem met NETWORK
PRINT MONITOR.

Veiligheidsaanduidingen in deze handleiding
De delen van deze handleiding en onderdelen van het apparaat die zijn aangeduid met symbolen, bevatten
veiligheidswaarschuwingen ter bescherming van de gebruiker, andere personen en voorwerpen in de buurt. Ze zijn
ook bedoeld voor een correct en veilig gebruik van het apparaat. De symbolen met hun betekenis worden hieronder
beschreven.
WAARSCHUWING: geeft aan dat onvoldoende aandacht voor of het niet op juiste wijze voldoen aan de
betreffende punten kan leiden tot ernstig letsel of zelfs overlijden.
VOORZICHTIG: geeft aan dat onvoldoende aandacht voor of het niet op juiste wijze voldoen aan de
betreffende punten kan leiden tot persoonlijk letsel of beschadiging van het apparaat.
Symbolen
Symbool geeft aan dat het betreffende gedeelte veiligheidswaarschuwingen bevat. Specifieke aandachtspunten
worden binnen in het symbool aangegeven.
... [Algemene waarschuwing]
... [Waarschuwing voor hoge temperatuur]
Symbool geeft aan dat het betreffende gedeelte informatie bevat over niet-toegestane handelingen. Specifieke
informatie over de niet-toegestane handeling wordt binnenin het symbool aangegeven.
... [Waarschuwing voor niet-toegestane handeling]
... [Demontage verboden]
Symbool geeft aan dat het betreffende gedeelte informatie bevat over handelingen die moeten worden uitgevoerd.
Specifieke informatie over de vereiste handeling wordt binnenin het symbool aangegeven.
... [Waarschuwing voor vereiste handeling]
... [Haal de stekker uit het stopcontact]
... [Sluit het apparaat altijd aan op een geaard stopcontact]
Neem contact op met uw servicevertegenwoordiger om een vervangend exemplaar te bestellen als de
veiligheidswaarschuwingen in deze gebruikershandleiding onleesbaar zijn of als de handleiding zelf ontbreekt (tegen
betaling).
Opmerking Originele documenten die heel erg op een bankbiljet lijken kunnen mogelijkerwijs niet goed
gekopieerd worden omdat dit apparaat voorzien is van een functie die valsmunterij voorkomt.

ii

iii
Wettelijke kennisgevingen en
veiligheidsvoorschriften
Kennisgeving met betrekking tot software
DE SOFTWARE DIE MET DEZE PRINTER WORDT GEBRUIKT, MOET DE EMULATIEMODUS VAN DE PRINTER
ONDERSTEUNEN. De printer is fabrieksmatig ingesteld op het emuleren van de PCL.
Kennisgeving
De informatie in deze handleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. In toekomstige edities kunnen
extra pagina's worden ingevoegd. De huidige editie kan technische onvolkomenheden of drukfouten bevatten.
Wij aanvaarden geen verantwoordelijkheid voor ongevallen die het gevolg zijn van het niet opvolgen van de instructies in
deze handleiding. Wij aanvaarden geen verantwoordelijkheid voor fouten in de firmware van de printer (de inhoud van het
ROM).
Deze handleiding en al het materiaal dat onder het auteursrecht valt en wordt verkocht of meegeleverd bij of in verband met
de verkoop van de laserprinter, zijn auteursrechtelijk beschermd. Alle rechten voorbehouden. Het kopiëren of op een andere
manier reproduceren van de gehele handleiding of gedeelten van de handleiding, of een willekeurig onderwerp waarop
auteursrecht van toepassing is, is verboden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de copyright-eigenaar. Elke
kopie die van deze handleiding of een deel daarvan wordt gemaakt, en alles wat onder het auteursrecht valt, moet dezelfde
copyrightvermelding bevatten als het materiaal dat wordt gekopieerd.
Wat betreft handelsnamen
• PRESCRIBE en KPDL zijn handelsmerken van Kyocera Corporation.
• Microsoft, Windows, Windows XP, Windows Server 2003, Windows Vista, Windows Server 2008, Windows 7 en
Internet Explorer zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Microsoft Corporation in de V.S. en/of
andere landen.
• PCL is een handelsmerk van Hewlett-Packard Company.
• Adobe Acrobat, Adobe Reader en PostScript zijn handelsmerken van Adobe Systems, Incorporated.
• Ethernet is een gedeponeerd handelsmerk van Xerox Corporation.
• Novell en NetWare zijn gedeponeerde handelsmerken van Novell, Inc.
• IBM en IBM PC/AT zijn gedeponeerde handelsmerken van International Business Machines Corporation.
• Bonjour, Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd in de V.S. en andere landen.
• Alle Europese lettertypen die in dit apparaat zijn geïnstalleerd, worden gebruikt onder licentieovereenkomst met
Monotype Imaging Inc.
• Helvetica, Palatino en Times zijn geregistreerde handelsmerken van Linotype GmbH.
• ITC Avant Garde Gothic, ITC Bookman, ITC ZapfChancery en ITC ZapfDingbats zijn geregistreerde handelsmerken
van International Typeface Corporation.
• Er zijn UFST™ MicroType® lettertypen van Monotype Imaging Inc. in dit apparaat geïnstalleerd.
• ThinPrint is een handelsmerk van Cortado AG in Duitsland en andere landen.
Alle overige merk- en productnamen zijn geregistreerde handelsmerken of handelsmerken van de respectieve bedrijven.
De symbolen ™ en ® worden niet gebruikt in deze gebruikershandleiding.
VOORZICHTIG ER WORDT GEEN AANSPRAKELIJKHEID AANVAARD VOOR SCHADE DIE IS
VEROORZAAKT DOOR ONJUISTE INSTALLATIE.

iv
Licentieovereenkomsten
GPL/LGPL
Dit product is voorzien van GPL- (http://www.gnu.org/licenses/gpl.html) en/of LGPL- (http://www.gnu.org/licenses/lgpl.html)
software als onderdeel van de firmware. U kunt de broncode verkrijgen en het is toegestaan deze te kopiëren, te
verspreiden en te wijzigen volgens de voorwaarden van GPL/LGPL.
Open SSL License
Copyright © 1998-2006 The OpenSSL Project. All rights reserved.
Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following
conditions are met:
1Redistributions of source code must retain the above copyright notice, this list of conditions and the following
disclaimer.
2Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following
disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution.
3All advertising materials mentioning features or use of this software must display the following acknowledgment:
"This product includes software developed by the OpenSSL Project for use in the OpenSSL Toolkit. (http://
www.openssl.org/)"
4The names "OpenSSL Toolkit" and "OpenSSL Project" must not be used to endorse or promote products derived from
this software without prior written permission.
For written permission, please contact openssl-core@openssl.org.
5Products derived from this software may not be called "OpenSSL" nor may "OpenSSL" appear in their names without
prior written permission of the OpenSSL Project.
6Redistributions of any form whatsoever must retain the following acknowledgment: "This product includes software
developed by the OpenSSL Project for use in the OpenSSL Toolkit (http:// www.openssl.org/)"
THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY THE OpenSSL PROJECT "AS IS" AND ANY EXPRESSED OR IMPLIED
WARRANTIES, INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND
FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE OpenSSL PROJECT OR ITS
CONTRIBUTORS BE LIABLE FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR
CONSEQUENTIAL DAMAGES (INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR
SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY
THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR
OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE
POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE.

v
Original SSLeay License
Copyright © 1995-1998 Eric Young (eay@cryptsoft.com) All rights reserved.
This package is an SSL implementation written by Eric Young (eay@cryptsoft.com). The implementation was written so as
to conform with Netscapes SSL.
This library is free for commercial and non-commercial use as long as the following conditions are adhered to. The following
conditions apply to all code found in this distribution, be it the RC4, RSA, lhash, DES, etc., code; not just the SSL code. The
SSL documentation included with this distribution is covered by the same copyright terms except that the holder is Tim
Hudson (tjh@cryptsoft.com).
Copyright remains Eric Young's, and as such any Copyright notices in the code are not to be removed.
If this package is used in a product, Eric Young should be given attribution as the author of the parts of the library used.
This can be in the form of a textual message at program startup or in documentation (online or textual) provided with the
package.
Redistribution and use in source and binary forms, with or without modification, are permitted provided that the following
conditions are met:
1Redistributions of source code must retain the copyright notice, this list of conditions and the following disclaimer.
2Redistributions in binary form must reproduce the above copyright notice, this list of conditions and the following
disclaimer in the documentation and/or other materials provided with the distribution.
3All advertising materials mentioning features or use of this software must display the following acknowledgement:
"This product includes cryptographic software written by Eric Young (eay@cryptsoft.com)"
The word 'cryptographic' can be left out if the rouines from the library being used are not cryptographic related :-).
4If you include any Windows specific code (or a derivative thereof) from the apps directory (application code) you must
include an acknowledgement:
"This product includes software written by Tim Hudson (tjh@cryptsoft.com)"
THIS SOFTWARE IS PROVIDED BY ERIC YOUNG "AS IS" AND ANY EXPRESS OR IMPLIED WARRANTIES,
INCLUDING, BUT NOT LIMITED TO, THE IMPLIED WARRANTIES OF MERCHANTABILITY AND FITNESS FOR A
PARTICULAR PURPOSE ARE DISCLAIMED. IN NO EVENT SHALL THE AUTHOR OR CONTRIBUTORS BE LIABLE
FOR ANY DIRECT, INDIRECT, INCIDENTAL, SPECIAL, EXEMPLARY, OR CONSEQUENTIAL DAMAGES (INCLUDING,
BUT NOT LIMITED TO, PROCUREMENT OF SUBSTITUTE GOODS OR SERVICES; LOSS OF USE, DATA, OR
PROFITS; OR BUSINESS INTERRUPTION) HOWEVER CAUSED AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, WHETHER IN
CONTRACT, STRICT LIABILITY, OR TORT (INCLUDING NEGLIGENCE OR OTHERWISE) ARISING IN ANY WAY OUT
OF THE USE OF THIS SOFTWARE, EVEN IF ADVISED OF THE POSSIBILITY OF SUCH DAMAGE.
The licence and distribution terms for any publically available version or derivative of this code cannot be changed. i.e. this
code cannot simply be copied and put under another distribution licence [including the GNU Public Licence.]

vi
Monotype Imaging License Agreement
1Software shall mean the digitally encoded, machine readable, scalable outline data as encoded in a special format as
well as the UFST Software.
2You agree to accept a non-exclusive license to use the Software to reproduce and display weights, styles and versions
of letters, numerals, characters and symbols (Typefaces) solely for your own customary business or personal
purposes at the address stated on the registration card you return to Monotype Imaging. Under the terms of this
License Agreement, you have the right to use the Fonts on up to three printers. If you need to have access to the fonts
on more than three printers, you need to acquire a multi-user license agreement which can be obtained from
Monotype Imaging. Monotype Imaging retains all rights, title and interest to the Software and Typefaces and no rights
are granted to you other than a License to use the Software on the terms expressly set forth in this Agreement.
3To protect proprietary rights of Monotype Imaging, you agree to maintain the Software and other proprietary
information concerning the Typefaces in strict confidence and to establish reasonable procedures regulating access to
and use of the Software and Typefaces.
4You agree not to duplicate or copy the Software or Typefaces, except that you may make one backup copy. You agree
that any such copy shall contain the same proprietary notices as those appearing on the original.
5This License shall continue until the last use of the Software and Typefaces, unless sooner terminated. This License
may be terminated by Monotype Imaging if you fail to comply with the terms of this License and such failure is not
remedied within thirty (30) days after notice from Monotype Imaging. When this License expires or is terminated, you
shall either return to Monotype Imaging or destroy all copies of the Software and Typefaces and documentation as
requested.
6You agree that you will not modify, alter, disassemble, decrypt, reverse engineer or decompile the Software.
7Monotype Imaging warrants that for ninety (90) days after delivery, the Software will perform in accordance with
Monotype Imaging-published specifications, and the diskette will be free from defects in material and workmanship.
Monotype Imaging does not warrant that the Software is free from all bugs, errors and omissions.
The parties agree that all other warranties, expressed or implied, including warranties of fitness for a particular
purpose and merchantability, are excluded.
8Your exclusive remedy and the sole liability of Monotype Imaging in connection with the Software and Typefaces is
repair or replacement of defective parts, upon their return to Monotype Imaging.
In no event will Monotype Imaging be liable for lost profits, lost data, or any other incidental or consequential damages,
or any damages caused by abuse or misapplication of the Software and Typefaces.
9Massachusetts U.S.A. law governs this Agreement.
10 You shall not sublicense, sell, lease, or otherwise transfer the Software and/or Typefaces without the prior written
consent of Monotype Imaging.
11 Use, duplication or disclosure by the Government is subject to restrictions as set forth in the Rights in Technical Data
and Computer Software clause at FAR 252-227-7013, subdivision (b)(3)(ii) or subparagraph (c)(1)(ii), as appropriate.
Further use, duplication or disclosure is subject to restrictions applicable to restricted rights software as set forth in
FAR 52.227-19 (c)(2).
12 You acknowledge that you have read this Agreement, understand it, and agree to be bound by its terms and
conditions. Neither party shall be bound by any statement or representation not contained in this Agreement. No
change in this Agreement is effective unless written and signed by properly authorized representatives of each party.
By opening this diskette package, you agree to accept the terms and conditions of this Agreement.

vii
Compliance and Conformity
This equipment has been tested and found to comply with the limits for a Class B digital device, pursuant to Part 15 and
Part 18 of the FCC Rules. These limits are designed to provide reasonable protection against harmful interference in a
residential installation. This equipment generates, uses and can radiate radio frequency energy and, if not installed and
used in accordance with the instructions, may cause harmful interference to radio communications. However, there is no
guarantee that interference will not occur in a particular installation. If this equipment does cause harmful interference to
radio or television reception, which can be determined by turning the equipment off and on, the user is encouraged to try to
correct the interference by one or more of the following measures:
• Reorient or relocate the receiving antenna.
• Increase the separation between the equipment and receiver.
• Connect the equipment into an outlet on a circuit different from that to which the receiver is connected.
• Consult the dealer or an experienced radio/TV technician for help.
• The use of a non-shielded interface cable with the referenced device is prohibited.
CAUTION — The changes or modifications not expressly approved by the party responsible for compliance could void the
user’s authority to operate the equipment.
This device complies with Part 15 of FCC Rules and RSS-Gen of IC Rules.
Operation is subject to the following two conditions; (1) this device may not cause interference, and (2) this device must
accept any interference, including interference that may cause undesired operation of the device.
* The above warning is valid only in the United States of America.
Interfacekabels
BELANGRIJK Zorg ervoor dat u de printer uitschakelt voordat u een interfacekabel aansluit of ontkoppelt. Bescherm
interfacekabels die niet worden gebruikt met behulp van de meegeleverde dop tegen statische elektrische ontlading
via de interfacekabel(s) naar de interne elektronica van de printer.
Canadian Department of Communications Compliance Statement
This Class B digital apparatus complies with Canadian ICES-003.
Avis de conformité aux normes du ministère des Communications du
Canada
Cet appareil numérique de la classe B est conforme à la norme NMB-003 du Canada.
Opmerking Gebruik beschermde interfacekabels.

viii
Energiebesparingfunctie
Het apparaat is uitgerust met een energiebesparende stand, waarbij het energieverbruik wordt beperkt na het verstrijken
van een bepaalde tijdsperiode nadat het apparaat het laatst werd gebruikt, en met een slaapstand, waarbij de printer- en
faxfuncties in een wachtstand komen te staan, maar het energieverbruik tot een minimum wordt beperkt wanneer er
gedurende een bepaalde tijdsperiode geen activiteiten hebben plaatsgevonden op het apparaat.
Slaapstand
Het apparaat schakelt automatisch ongeveer 60 minuten nadat het apparaat voor het laatst gebruikt is, naar de slaapstand.
De tijdsperiode waarin er geen activiteiten plaatsvinden voordat de slaapstand wordt geactiveerd, kan worden verlengd.
Raadpleeg voor meer informatie Slaapstand .
Energiebesparende stand
Het apparaat schakelt automatisch naar de energiebesparende stand wanneer 3 minuten (voor de P-C4580DN) of 5
minuten (voor de P-C5580DN) verstreken zijn na het laatste gebruik van het apparaat. De tijdsperiode waarin er geen
activiteiten plaatsvinden voordat de energiebesparende stand wordt geactiveerd, kan worden verlengd. Raadpleeg voor
meer informatie Energiebesparende stand .
Functie Automatisch dubbelzijdig afdrukken
Dit apparaat beschikt over dubbelzijdig kopiëren als standaardfunctie. Als u bijvoorbeeld twee enkelzijdige originelen als
dubbelzijdige kopie op één vel papier kopieert, kunt u de gebruikte hoeveelheid papier beperken. Raadpleeg de Engelse
gebruikershandleiding voor meer informatie.
Afdrukken in duplexmodus vermindert het papierverbruik en draagt bij aan het behoud van natuurlijke bronnen.
Duplexmodus vermindert ook de hoeveelheid papier die verbruikt wordt, en derhalve is het een kostenbesparing. Het
wordt aanbevolen machines die in staat zijn dubbelzijdig af te drukken standaard op duplexmodus te programmeren.
Besparen bronnen - papier
Voor het behoud en beheersbaar gebruik van natuurlijke bronnen wordt aanbevolen om gerecycled en nieuw papier te
gebruiken dat onder milieu-initiatieven wordt vervaardigd of voorzien is van erkende ecolabels, die voldoen aan
EN 12281:2002*1 of een vergelijkbare kwaliteitsstandaard.
Deze apparatuur ondersteunt ook afdrukken op papier van 64 g/m2. Wanneer dergelijk papier, dat minder ruwe
grondstoffen bevat, gebruikt wordt, leidt dit tot meer besparingen van natuurlijke bronnen.
*1: EN12281:2002 "Afdrukken en zakelijke papieren - Vereisten voor kopieerpapier voor droge toner-
afbeeldingsprocessen"
Uw verkoop- of servicevertegenwoordiger kan informatie geven over aanbevolen papiersoorten.
Milieuvoordelen van "Energiebeheer"
Om het stroomverbruik te verminderen is deze apparatuur uitgerust met een functie voor energiebeheer die automatisch
naar de spaarstand schakelt wanneer de apparatuur gedurende een bepaalde tijd niet actief is.
Hoewel het de apparatuur enige tijd vergt weer terug te keren naar modus KLAAR vanuit de spaarstand, is een
significante vermindering in energieverbruik mogelijk. Het wordt aanbevolen de machine te gebruiken met de
activeringstijd voor de spaarstand in de standaardinstelling.

ix
Energy Star-programma (ENERGY STAR®)
Als bedrijf dat deelneemt aan het internationale Energy Star-programma hebben wij vastgesteld dat dit
apparaat voldoet aan de standaarden zoals bepaald in het internationale Energy Star-programma.
ENERGY STAR® is een vrijwillig programma voor energie-efficiëntie met als doel het ontwikkelen en
promoten van producten met een hoge energie-efficiëntie om zo het broeikaseffect te helpen voorkomen.
Door ENERGY STAR®-gekwalificeerde producten aan te schaffen kunnen klanten helpen de emissies van
broeikasgassen te verminderen tijdens gebruik van het product en te besparen op de energiegerelateerde
kosten.

x
Omgeving
De geschikte bedrijfsomgeving voor het apparaat is:
• Temperatuur: 10 tot 32,5 °C
• Relatieve luchtvochtigheid: 15 tot 80%
Een ongeschikte bedrijfsomgeving kan de beeldkwaliteit beïnvloeden. Het wordt aanbevolen het apparaat te gebruiken bij
temperaturen van: ca. 16 tot 27 °C of minder, vochtigheid: ca. 36 tot 65%. Vermijd bovendien de volgende locaties bij het
selecteren van een locatie voor het apparaat.
• Vermijd plaatsen in de buurt van een raam of direct in het zonlicht.
• Vermijd plaatsen met trillingen.
• Vermijd plaatsen met sterke temperatuurschommelingen.
• Vermijd plaatsen met directe blootstelling aan warme of koude lucht.
• Vermijd slecht geventileerde plaatsen.
Als de vloer slecht bestand is tegen zwenkwieltjes, is het mogelijk dat de vloer beschadigd raakt wanneer het apparaat na
de installatie wordt verplaatst.
Tijdens het afdrukken komen er kleine hoeveelheden ozon vrij, maar deze hoeveelheden vormen geen gezondheidsrisico.
Als het apparaat echter langere tijd in een slecht geventileerde ruimte wordt gebruikt of wanneer er een zeer groot aantal
kopieën wordt gemaakt, kan de geur onaangenaam worden. Een juiste omgeving voor afdrukwerk moet goed geventileerd
zijn.
Waarschuwingen voor de omgang met verbruiksartikelen
Probeer onderdelen die toner bevatten, niet te verbranden. De vonken kunnen brandwonden veroorzaken.
Houd onderdelen die toner bevatten, buiten het bereik van kinderen.
Als er onverhoopt toner uit onderdelen die toner bevatten, wordt gemorst, moet u inademing of inname daarvan
voorkomen, evenals contact met ogen en de huid.
• Als u toch toner inademt, gaat u naar een plaats met frisse lucht en gorgelt u met veel water. Neem bij opkomende
hoest contact op met een arts.
• Als u toner binnenkrijgt, spoelt u uw mond met water en drinkt u 1 of 2 glazen water om de inhoud van uw maag te
verdunnen. Neem indien nodig contact op met een arts.
• Als u toner in uw ogen krijgt, spoelt u ze grondig met water. Als uw ogen gevoelig blijven, neem dan contact op met een
arts.
• Als u toner op de huid krijgt, was dan de huid met water en zeep.
Onderdelen die toner bevatten, mogen niet opengebroken of vernietigd worden.
Overige voorzorgsmaatregelen
Lever de lege tonercontainer en de tonerafvalbak in bij uw dealer of servicevertegenwoordiger. De ingezamelde
tonercontainer en tonerafvalbak worden gerecycled of verwijderd volgens de betreffende voorschriften.
Bewaar het apparaat op een plaats die niet is blootgesteld aan direct zonlicht.
Bewaar het apparaat op een plaats waar de temperatuur niet hoger wordt dan 40 ºC en waar zich geen sterke
schommelingen in temperatuur of vochtigheid voordoen.
Als het apparaat langere tijd niet wordt gebruikt, verwijder dan het papier uit de cassette en de multifunctionele (MF-) lade,
leg het terug in de oorspronkelijke verpakking en maak deze weer dicht.

xi
Veiligheid van de laserstraal (Europa)
Laserstralen kunnen gevaarlijk zijn voor het menselijk lichaam. Om deze reden is de laserstraal in het apparaat hermetisch
afgesloten binnen een beschermende behuizing en achter een externe afdekking. Bij normale bediening van het product
door de gebruiker kan er geen straling uit het apparaat ontsnappen.
Dit apparaat wordt geclassificeerd als een laserproduct van klasse 1 volgens IEC/EN 60825-1:2007.
Voorzichtig: Het uitvoeren van andere procedures dan in deze handleiding beschreven, kan leiden tot blootstelling aan
gevaarlijke straling.
Deze etiketten zijn aangebracht op de laserscaneenheid in het apparaat en bevinden zich niet op een plaats die toegankelijk
is voor de gebruiker.
Het onderstaande etiket bevindt zich aan de rechterkant van het apparaat.

xii
Over de gebruikershandleiding
Deze gebruikershandleiding bestaat uit de volgende hoofdstukken:
Hoofdstuk 1 - Namen van onderdelen
In dit hoofdstuk worden de namen van de onderdelen toegelicht.
Hoofdstuk 2 - Voorbereiding voor het gebruik
In dit hoofdstuk worden de voorbereidingen en benodigde instellingen voor gebruik uitgelegd en de methode voor het laden
van papier.
Hoofdstuk 3 - Afdrukken
In dit hoofdstuk wordt de methode voor het afdrukken vanaf een computer uitgelegd.
Hoofdstuk 4 - Onderhoud
In dit hoofdstuk wordt het vervangen van tonercontainers en het reinigen van de printer uitgelegd.
Hoofdstuk 5 - Problemen oplossen
Dit hoofdstuk gaat over het oplossen van foutmeldingen, papierstoringen en andere problemen .
Bijlage
Dit gedeelte gaat over de methode voor het invoeren van tekens, een inleiding op optionele producten en de specificaties
van de printer.
Conventies
In deze handleiding worden de volgende conventies gebruikt.
Conventie Beschrijving Voorbeeld
Cursief lettertype Wordt gebruikt om een sleutelwoord,
een woordgroep of verwijzing naar
aanvullende informatie te
benadrukken.
Zie Tonercontainer vervangen op pagina 4-2 voor het
vervangen van de tonercontainer.
Vet Wordt gebruikt om softwareknoppen
aan te duiden Klik op OK om te beginnen met afdrukken.
Vet tussen haakjes Wordt gebruikt om toetsen op het
bedieningspaneel aan te duiden. Druk op [OK] om verder te gaan met afdrukken.
Opmerking Wordt gebruikt om aanvullende, nuttige
informatie over een functie of
toepassing te geven.
Opmerking Raadpleeg uw
netwerkbeheerder voor de
netwerkadresinstellingen.
Belangrijk Wordt gebruikt om belangrijke
informatie te verstrekken. BELANGRIJK Zorg dat het papier niet gevouwen,
gekruld of beschadigd is.
Voorzichtig Geeft aan wat u moet doen om
lichamelijk letsel of
apparaatbeschadiging te voorkomen
en hoe u hiermee moet omgaan.
VOORZICHTIG De fusereenheid binnenin
de printer is heet. Raak de eenheid niet met
uw handen aan, aangezien dit
brandwonden kan veroorzaken.
Waarschuwing Wordt gebruikt om gebruikers te wijzen
op het gevaar van lichamelijk letsel. WAARSCHUWING Verwijder bij
verzending van de printer de ontwikkelaar
verpak deze in een plastic zak, en verzend
deze gescheiden van de printer.

1
1 Namen van onderdelen
In dit hoofdstuk worden de onderdelen van het apparaat en de toetsen op het bedieningspaneel
beschreven.
Exterieur / cassettes..............................................................................................................................1-2
Interieur / connectoren..........................................................................................................................1-3
Wanneer er opties geïnstalleerd zijn....................................................................................................1-4
Bedieningspaneel ..................................................................................................................................1-5

1-3
Namen van onderdelen
Interieur / connectoren
1Netwerkinterface-connector
2USB-poort (A2)
3USB-interface-connector (B1)
4Optionele interface
5Tonercontainer (Black)
6Tonercontainer (Magenta)
7Tonercontainer (Cyan)
8Tonercontainer (Yellow)
9Hendels
10 Reinigingsborstel
11 Ontgrendelingstoets
12 Tonerafvalbak
13 Tonerafvallade
14 Ontgrendeling tonercontainer
1
2
3
4
10 11 12 14
5
6
7
8
9
13

Namen van onderdelen
1-4
Wanneer er opties geïnstalleerd zijn
1Mailbox
2Documentfinisher
3Cassette 3 t/m 7
• 3-a: Cassette 3 • 3-b: Cassette 4 • 3-c: Cassette 5
• 3-d: Cassette 6 • 3-e: Cassette 7 • 3-f: Cassette 5
• 3-g: Cassette 3 of 6 • 3-h: Cassette 4 of 7
1
2
3-h 3-g
3
3-f
3-c
3-d
3-e
3-a 3-b

1-5
Namen van onderdelen
Bedieningspaneel
1Berichtenscherm
2Rechter keuzetoets
3Linker keuzetoets
4Toets [Afmelden]
5Toets [Menu]
6Toets [Terug]
7Cijfertoetsen.
8Toets [Annuleren]
9Pijltjestoetsen
10 Toets [OK]
11 Toets [Wissen]
12 Toets [Documentbox]
13 Indicator Gereed
14 Indicator Data
15 Indicator Opgelet
1
2
3
5
6
7
13 14 15
12
11
10
9
8
4

Namen van onderdelen
1-6

2-1
2 Voorbereiding voor het gebruik
Dit hoofdstuk bevat uitleg over de volgende onderwerpen:
Aan- en uitzetten....................................................................................................................................2-2
Parameters voor de netwerkinterface wijzigen...................................................................................2-3
Een statuspagina afdrukken.................................................................................................................2-7
Software installeren...............................................................................................................................2-8
Statusbewaking....................................................................................................................................2-14
Software verwijderen (Windows)........................................................................................................2-17
Embedded Web Server RX..................................................................................................................2-18
Papier plaatsen ....................................................................................................................................2-21
Energiebesparingfunctie.....................................................................................................................2-38
Bedieningspaneel ................................................................................................................................2-39

Voorbereiding voor het gebruik
2-2
Aan- en uitzetten
Aanzetten
Schakel de hoofdschakelaar aan.
Uitzetten
1Controleer of de Data indicator uit is.
2Druk op [Menu].
3Druk op of om Afsluiten te selecteren.
4Druk op [OK]. Er verschijnt een bevestigingsscherm.
5Druk op [Ja] ([Linker keuzetoets]). Het display laat "Voltooid. Zet
de hoofdschakelaar uit." zien.
6Zet de hoofdschakelaar uit.
BELANGRIJK Wanneer u de hoofdschakelaar uitschakelt, mag u
deze niet meteen weer inschakelen. Wacht minstens 5 seconden
voordat u de hoofdschakelaar weer inschakelt.
VOORZICHTIG De harde schijf kan in werking zijn wanneer de Data indicator oplicht of knippert. Het
uitschakelen van de hoofdschakelaar terwijl de harde schijf in werking is, kan schade veroorzaken.
Houd er rekening mee dat de machine niet in staat is automatisch afdrukgegevens te ontvangen van
computers wanneer de stroom uitgeschakeld is.
Afsluiten.
Weet u het zeker?
[ Ja ] [ Nee ]
Voltooid.
Zet de hoofdschake-
laar uit.

2-3
Voorbereiding voor het gebruik
Parameters voor de netwerkinterface wijzigen
Deze printer ondersteunt TCP/IP, TCP/IP (IPv6), IPP, SSL-server, IPSec-protocollen en Beveiligingsniveau.
In de onderstaande tabel staan de benodigde items voor elk van de instellingen.
Configureer de netwerkparameters van de printer zoals nodig voor uw pc en uw netwerkomgeving.
Menu Submenu Instelling
Netwerk TCP/IP-instellingen TCP/IP Aan/Uit
IPv4-instelling DHCP Aan/Uit
Auto-IP Aan/Uit
IP-adres IP-adres
Subnetmasker Maskerwaarde
Default Gateway Adres gateway
Bonjour Aan/Uit
IPv6-instelling TCP/IP (IPv6) Aan/Uit
RA(Stateless) Aan/Uit
DHCPv6 Aan/Uit
Protocoldetail NetBEUI Aan/Uit
SNMPv3 Aan/Uit
FTP (Server) Aan/Uit
SNMP Aan/Uit
SMTP Aan/Uit
POP3 Aan/Uit
RAW Port Aan/Uit
LPD Aan/Uit
HTTP Aan/Uit
LDAP Aan/Uit
Netwerk opnieuw opstarten Ja/Nee

2-5
Voorbereiding voor het gebruik
Controleren of TCP/IP ingeschakeld is
Dit is een uitleg voor het instellen van IPv4, maar TCP/IP moet ook aan zijn bij het instellen voor IPv6.
4Selecteer TCP/IP-instel. en druk op [OK]. Menu TCP/IP-
instel. verschijnt.
5Druk op of om TCP/IP te selecteren.
6Druk op [OK]. Menu TCP/IP verschijnt.
7Controleer of Aan geselecteerd is. Als Uit geselecteerd is, druk dan
op of om Aan te selecteren.
8Druk op [OK]. De TCP/IP-instellingen worden ingesteld en menu
TCP/IP instel. verschijnt opnieuw.
DHCP in- of uitschakelen
Selecteer Aan wanneer een DHCP-server gebruikt wordt om automatisch een IP-adres te verkrijgen. Selecteer Uit om een
IP-adres in te geven. 9Druk op of om IPv4 Instelling te selecteren.
10
Druk op [OK]. Menu IPv4 Instelling verschijnt.
11
Druk op of om DHCP te selecteren.
12
Druk op [OK]. VensterDHCP verschijnt.
13
Druk op of om Uit of Aan te selecteren.
Opmerking Er wordt "*" weergegeven voor de instelling die
geselecteerd is.
TCP/IP-instel.:
a
b
********************-
2
IPv4 Instelling
3
IPv6 Instelling
[ Einde ]
1
TCP/IP
TCP/IP:
a
b
1
Uit
********************-
2
*Aan
TCP/IP-instel.:
a
b
********************-
2
IPv4 Instelling
3
IPv6 Instelling
[ Einde ]
1
TCP/IP
IPv4 Instelling:
a
b
********************-
2
Auto-IP
3
IP-adres[ Einde ]
1
DHCP
DHCP:
a
b
1
Uit
********************-
2
*Aan

Voorbereiding voor het gebruik
2-6
14
Druk op [OK]. De DHCP-instelling wordt ingesteld en menu IPv4
Instelling verschijnt opnieuw.
Ingeven van het IP-adres
Als DHCP ingesteld is op Uit, geef dan het IP-adres handmatig in.
15
Druk op of om IP-adres te selecteren.
16
Druk op [OK]. Menu IP-adres verschijnt.
17
Gebruik de cijfertoetsen om het IP-adres in te voeren.
Er kunnen waarden tussen 000 en 255 ingesteld worden.
Verhoog of verlaag de cijfers door op of te drukken.
Gebruik en om de positie waarop ingevoerd wordt, te wijzigen;
de actieve positie wordt benadrukt.
18
Druk op [OK]. Het IP-adres wordt opgeslagen en menu IPv4
Instelling verschijnt opnieuw.
Ingeven van het subnetmasker
Als DHCP ingesteld is op Uit, geef het subnetmasker dan handmatig in.
19
Druk op of om Subnetmasker te selecteren.
20
Druk op [OK]. Menu Subnetmasker verschijnt.
21
Gebruik de cijfertoetsen om het subnetmasker in te voeren.
Er kunnen waarden tussen 000 en 255 ingesteld worden.
De invoermethode is gelijk aan die voor het IP-adres.
Opmerking DHCP wordt ingeschakeld wanneer Aan
geselecteerd is. Druk op [Menu] om selectiemenu Modus te
verlaten.
Wanneer Uit ingesteld is, ga dan verder met het IP-adres
ingeven.
IPv4 Instelling:
a
b
********************-
2
Auto-IP
3
IP-adres[ Einde ]
1
DHCP
IP-adres:
a
b
/**0.
0. 0. 0
IPv4 Instelling:
a
b
********************-
2
Auto-IP
3
IP-adres[ Einde ]
1
DHCP
Subnetmasker:
a
b
/**0.
0. 0. 0

2-7
Voorbereiding voor het gebruik
22
Druk op [OK]. De instelling voor het subnetmasker wordt opgeslagen
en menu IPv4 Instelling verschijnt opnieuw.
Ingeven van de Default Gateway
Als DHCP ingesteld is op Uit, geef de Default Gateway dan handmatig in.
23
Druk op of om Default Gateway te selecteren.
24
Druk op [OK]. Menu Default Gateway verschijnt.
25
Gebruik de cijfertoetsen om de default gateway in te voeren.
Er kunnen waarden tussen 000 en 255 ingesteld worden.
De invoermethode is gelijk aan die voor het IP-adres.
26
Druk op [OK]. De default gateway wordt opgeslagen en menu IPv4
Instelling verschijnt opnieuw.
Hiermee worden de netwerkinstellingen afgerond. Druk op [Menu]
om selectiemenu Modus te verlaten.
Een statuspagina afdrukken
Druk, als u klaar bent met de netwerkinstellingen, een statuspagina af. Met de statuspagina kunt u verschillende
informatiegegevens bevestigen, waaronder netwerkadressen en netwerkprotocollen.
Selecteer, om een statuspagina af te drukken, Statuspagina in het menu Druk rapport af. Raadpleeg de Engelse
gebruikershandleiding voor meer informatie.
IPv4 Instelling:
a
b
********************-
2
Auto-IP
3
IP-adres[ Einde ]
1
DHCP
Opmerking Wanneer de netwerkinstellingen gewijzigd zijn,
moet het apparaat UIT en weer AAN gezet worden om de
wijzigingen van kracht te laten worden.
Default Gateway
a
b
/**0.
0. 0. 0

Voorbereiding voor het gebruik
2-8
Software installeren
Als het systeem wordt aangesloten op een Windows-PC, volg dan de onderstaande stappen om de software te
installeren. Het voorbeeld laat zien hoe de machine op een Windows 7-PC kan worden aangesloten.
De volgende software wordt ondersteund:
Software op CD-ROM (Windows)
Voor installatiemethode kan voor Snelle modus of Aangepaste modus gekozen worden. De software die geïnstalleerd kan
worden en de methode voor selectie van een printerpoort variëren op basis van de gekozen methode.
● Standaard installatie.
○ Maakt het selecteren van de te installeren onderdelen mogelijk.
* Standaard geselecteerd.
Software Functie Beschrijving
Installatiemethode
Snelle modus Aangepaste
modus
Printing System Driver Afdrukken Het stuurprogramma maakt het mogelijk
bestanden op een computer af te laten drukken
door het systeem. Een enkel stuurprogramma
ondersteunt meerdere talen voor
paginabeschrijving (PCL XL, KPD, enz.). Dit
printerstuurprogramma maakt het mogelijk de
functionaliteit van het systeem volledig te
benutten. Gebruik dit stuurprogramma om PDF-
bestanden af te drukken.
*
Printing System (XPS)
Driver Dit printerstuurprogramma ondersteunt het XPS-
(XML papierspecificatie) formaat zoals ontwikkeld
door de Microsoft Corporation.
—
Mini printer driver
(PCL/KPDL) Dit is een Microsoft MiniDriver die PCL en KPDL
ondersteunt. Er zijn enkele beperkingen in de
functies en optionele functies van het systeem die
met dit stuurprogramma gebruikt kunnen worden.
—
Network Tool for Direct
Printing Utility Dit maakt het mogelijk een PDF-bestand af te
drukken zonder Adobe Acrobat/Reader te starten. —
NETWORK PRINT
MONITOR Dit is een hulpmiddel waarmee het mogelijk is het
systeem in het netwerk te monitoren. —
Lettertype — Dit zijn de lettertypen voor weergave die het
mogelijk maken de in het systeem ingebouwde
lettertypen te gebruiken in een
softwaretoepassing.
*
Opmerking Plug en play is uitgeschakeld wanneer dit systeem in slaapmodus staat. Haal het systeem uit de
slaapstand voordat verdergegaan wordt. Raadpleeg Slaapstand op pagina 2-38.

2-9
Voorbereiding voor het gebruik
Het printerstuurprogramma in Windows installeren
U kunt de Snelle modus of de Aangepaste modus gebruiken om de software te installeren. Snelle modus detecteert
automatisch aangesloten printers en installeert de vereiste software. Gebruik Aangepaste modus als u de printerpoort wilt
specificeren en de te installeren software selecteren. Raadpleeg voor meer informatie gedeelte Aangepaste installatie in de
Printing System Driver User Guide op de CD-ROM.
1Plaats de CD-ROM.
2Kies Gebruiksrechtovereenkomst weergeven en lees de
Gebruiksrechtovereenkomst. Kies Accepteren.
3U kiest Software installeren.
4Klik op Snelle modus.
Opmerking Het installeren onder Windows moet gebeuren door een gebruiker met beheerdersrechten.
Als dialoogvenster Wizard Nieuwe hardware gevonden verschijnt, selecteer dan Annuleren.
Als venster Automatisch afspelen verschijnt, selecteer dan Run Setup.exe.
Als het venster voor beheer van gebruikersaccounts verschijnt, klik dan op Toestaan.
Opmerking Voor besturingssystemen van Windows geldt dat voor het installeren van printerstuurprogramma's
aangelogd moet worden met een account met beheerdersrechten.

Voorbereiding voor het gebruik
2-10
5Klik op OK.
6Selecteer het afdruksysteem dat u wilt installeren, en kies Volgende.
7Kies de installatie-instellingen. Volg de instructies op het scherm om
de instellingen te kiezen en druk daarna op Volgende.
8Klik op Installeren.
9Er verschijnt een melding die zegt dat de printer goed is
geïnstalleerd. Klik op Voltooien.
Hiermee is de installatieprocedure van het printerstuurprogramma voltooid. Volg de instructies op het scherm om het
systeem opnieuw op te starten, indien nodig.
Opmerking Als het venster voor detectie van
afdruksystemen verschijnt en de installer detecteert het
apparaat niet, controleer dan of het apparaat via een netwerk-
of USB-kabel met de computer verbonden is en dat het
aanstaat; klik daarna op Opnieuw laden.
Opmerking Als venster Windows Beveiliging verschijnt, kies
dan voor Deze software installeren.

2-11
Voorbereiding voor het gebruik
Het printerstuurprogramma in Macintosh installeren
Het voorbeeld laat zien hoe de machine op een Macintosh die MAC OS X v10.6 draait, kan worden aangesloten.
1Plaats de CD-ROM.
Dubbelklik op pictogram GEN_LIB.
2Dubbelklik op OS X 10.4 Only of OS X 10.5 or higher afhankelijk
van uw versie van het Mac OS.
3Dubbelklik op (Merknaam) OS X vx.x.
4Installeer het printerstuurprogramma zoals wordt aangegeven in de
instructies van de installatiesoftware.
Hiermee is de installatie van de printerdriver voltooid.
Opmerking Het installeren onder MAC OS moet gebeuren door een gebruiker met beheerdersrechten.
Bij afdrukken vanaf een Macintosh moet de emulatie van het apparaat ingesteld worden op [KPDL] of [KPDL
(Auto)].
Raadpleeg de Engelse gebruikershandleiding voor informatie over de configuratiemethode.
Wanneer aangesloten wordt met Bonjour, schakel Bonjour dan in onder de netwerkinstellingen van het apparaat.
Raadpleeg de Engelse gebruikershandleiding voor meer informatie.
Voer in het scherm Verificatie de naam en het wachtwoord in die worden gebruikt voor het besturingssysteem.

Voorbereiding voor het gebruik
2-12
Specificeer vervolgens de afdrukinstellingen. Indien er een IP- of AppleTalk-verbinding wordt gebruikt, zijn de
onderstaande instellingen vereist. Als een USB-verbinding gebruikt wordt, zal de printer automatisch herkend en
verbonden worden.
5Open Systeemvoorkeuren en kies Afdrukken en scannen.
6Klik op het plussymbool (+).
7Kies het pictogram voor IP voor een IP-verbinding of dat voor
AppleTalk voor een AppleTalk-verbinding en voer dan het IP-adres en
de printernaam in. Klik op Voeg toe.
8Selecteer de voor de printer beschikbare opties en kies OK.
Opmerking Bij gebruik van een Bonjourverbinding moet
[Default] geselecteerd worden; klik daarna op het item dat
onder "Naam" verschijnt. Het stuurprogramma met dezelfde
naam als het apparaat verschijnt automatisch onder
"Stuurprogramma".

Voorbereiding voor het gebruik
2-14
Statusbewaking
De Statusbewaking toont rechts onderin het afdrukscherm een statusbericht voor het afdruksysteem. U kunt ook Embedded
Web Server opstarten om afdrukinstellingen te controleren en te wijzigen.
De Statusbewaking wordt automatisch geïnstalleerd tijdens de installatie van de Printing System driver.
Toegang tot de Statusbewaking
Gebruik een van onderstaande methodes voor het starten van de Statusbewaking.
• Starten wanneer het afdrukken begint:
Wanneer u een printer specificeert en een afdruktaak start, wordt een Statusbewaking gestart voor iedere printernaam.
Als het opstarten van Statusbewaking vereist is voor meerdere printers, wordt een Statusbewaking gestart voor iedere
printer die dat verzoek uitvaardigt.
• Starten vanuit de eigenschappen van de Printing System driver:
Klik op knop Statusbewaking in tabblad Geavanceerd. Klik dan op Statusbewaking openen in dialoogvenster
Statusbewaking om de Statusbewaking op te starten.
Verlaten van de Statusbewaking
Gebruik een van onderstaande methodes voor het verlaten van de Statusbewaking.
• Handmatig verlaten:
Klik met de rechter muisknop op het pictogram van de Statusbewaking in de taakbalk en kies Verlaten in het menu, om
de Statusbewaking te verlaten.
• Automatisch verlaten:
De Statusbewaking sluit automatisch na 5 minuten als deze niet wordt gebruikt.
Schermoverzicht
Het schermoverzicht van de Statusbewaking is als volgt.
Pop-upvenster
Als zich een gebeurtenismelding voordoet, verschijnt een pop-upvenster.
Dit venster verschijnt alleen als het 3D-Beeld geopend is op het
bureaublad.
3D-Beeld
Dit laat de status van de bewaakte printer zien als een 3D-afbeelding. U
kunt kiezen om het 3D-beeld te laten zien of te verbergen in het
weergegeven menu wanneer u met de rechtermuisknop op het pictogram
van de Statusbewaking klikt.
Als zich een gebeurtenismelding voordoet, worden het 3D-beeld en een
geluidsmelding gebruikt om u in kennis te stellen. Raadpleeg Instellingen
melding op pagina 2-16 voor meer informatie over de instellingen voor
geluidsmeldingen.
Pop-upvenster
3D-Beeld
Pictogram
Statusbewaking

2-15
Voorbereiding voor het gebruik
Pictogram Statusbewaking
Wanneer de Statusbewaking loopt wordt het pictogram daarvan
weergegeven in het meldingsgebied van de taakbalk Wanneer u de
cursor over het pictogram beweegt, verschijnt de printernaam. Door met
uw rechter muisknop op het pictogram van de Statusbewaking te
klikken, kunt u de onderstaande opties instellen.
De Statusbewaking tonen/verbergen
Hiermee wordt het pictogram van de Statusbewaking getoond of
verborgen.
Configureer
Als de printer met een TCP/IP-netwerk is verbonden en een eigen IP-
adres heeft, gebruikt u een webbrowser om naar het Embedded Web
Server RX te gaan om de netwerkinstellingen te wijzigen of bevestigen.
Raadpleeg Embedded Web Server RX User Guide voor meer informatie.
Altijd op voorgrond
Geeft de Statusbewaking weer voor andere geopende vensters.
Ondoorzichtigheid
Past de Statusbewaking aan om een variabele hoeveelheid achtergrond
door het beeld heen te laten schijnen. Selecteer een percentage tussen
20 en 100.
Venster vergroten
Verdubbelt het formaat van venster Statusbewaking.
Melding...
Geef de instelling voor Melding voor de Statusbewaking aan. Raadpleeg
Instellingen melding op pagina 2-16 voor meer informatie.
Afsluiten
Hiermee verlaat u de Statusbewaking.

Voorbereiding voor het gebruik
2-16
Instellingen melding
Gebruik optie Melding om de Statusbewaking in te stellen.
Tabblad Melding bevat de volgende items.
Gebeurtenismelding inschakelen
Kies in- of uitschakelen van gebeurtenissenbewaking in Beschikbare
gebeurtenissen.
Geluidsbestand
Er kan een geluidsbestand geselecteerd worden als u een melding met
geluid wilt ontvangen. Kies Bladeren om het geluidsbestand te zoeken.
Gebruik tekst naar spraak
Kies dit selectievakje om uw tekst in te voeren die u wilt horen tijdens
gebeurtenissen. Hoewel een geluidsbestand niet nodig is, is deze functie
alleen toepasbaar voor Windows XP of hoger.
Neem de volgende stappen om deze functie te gebruiken.
1Vink selectievakje Gebeurtenismelding inschakelen aan.
2Selecteer onder Beschikbare gebeurtenissen een gebeurtenis die
gebruikt moet worden met optie tekst naar spraak.
3Om een geluidsbestand te gebruiken voor kennisgevingen van
gebeurtenissen wordt het vinkje uit het selectievakje Gebruik tekst
naar spraak verwijderd. Tekstvak Geluidsbestand wordt
ingeschakeld.
4Geef de locatie van het geluidsbestand (.wav-bestand) in, of klik op
Bladeren... om een op de computer opgeslagen geluidsbestand te
selecteren.
Kies Gebruik tekst naar spraak om tekst die ingegeven is in het vak
Tekst naar spraak uit te spreken wanneer zich een gebeurtenis
voordoet.
5Kies Afspelen om het juist afspelen van het geluid of de tekst te
bevestigen.
BELANGRIJK De computer heeft geluidsmogelijkheden, zoals een geluidskaart en luidsprekers, nodig om de in-
stellingen op tabblad Melding te kunnen bevestigen.
Opmerking De beschikbare bestandsopmaak is WAV.

Voorbereiding voor het gebruik
2-18
Embedded Web Server RX
Embedded Web Server RX is een hulpmiddel dat wordt gebruikt voor taken als het controleren van de bedrijfsstatus van
het apparaat en het wijzigen van de instellingen voor beveiliging, afdrukken via het netwerk en geavanceerde
netwerkfuncties.
Als er e-mailinstellingen actief zijn, is het mogelijk kennisgevingen per e-mail te verzenden wanneer een taak voltooid is.
De procedure voor toegang tot Embedded Web Server RX is als volgt.
1Start de webbrowser.
2Voer het IP-adres van het apparaat in in de adres- of locatiebalk.
bijv.) http://10.183.54.29/
De internetpagina geeft basisinformatie over het apparaat en het
Embedded Web Server RX weer, evenals hun huidige status.
3Selecteer een categorie in de navigatiebalk links op het scherm. De
instellingen moeten separaat geconfigureerd worden, afhankelijk van
de items.
Als beperkingen zijn ingesteld voor Embedded Web Server RX moet
u een juiste gebruikersnaam en wachtwoord invoeren om andere
pagina's dan de startpagina te openen.
Raadpleeg Embedded Web Server RX User Guide voor meer
informatie.
E-mailinstelling
Wanneer de SMTP-instellingen aangegeven worden, kunnen er per e-mail meldingen verzonden worden wanneer een taak
voltooid is.
Deze functie kan alleen worden gebruikt als het apparaat is verbonden met een mailserver die het SMTP-protocol gebruikt.
Controleer ook het volgende:
• De netwerkomgeving die wordt gebruikt om met dit apparaat verbinding te maken met de mailserver
Een permanente verbinding via een LAN wordt aanbevolen.
• SMTP-instellingen
Gebruik Embedded Web Server RX om het IP-adres of de hostnaam van de SMTP-server te registreren.
• Als er beperkingen zijn ingesteld voor de grootte van e-mailberichten, is het verzenden van grote e-mailberichten
misschien niet mogelijk.
Opmerking Om instellingen in Embedded Web Server RX te wijzigen, moet u zich aanmelden als beheerder van
het apparaat. De standaard fabrieksinstellingen zijn zoals hieronder aangegeven.
Aanmeldingsgebruikersnaam: Admin
Aanmeldingswachtwoord: Admin

2-19
Voorbereiding voor het gebruik
Volg de onderstaande stappen om de SMTP-instellingen op te geven.
1Klik op Instellingen -> Geavanceerd -> SMTP -> Algemeen.
2Voer in elk veld de juiste instellingen in.
Hieronder worden de instellingen beschreven die moeten worden
opgegeven in het scherm met SMTP-instellingen.
Item Beschrijving
SMTP-protocol Hiermee wordt het SMTP-protocol in- of uitgeschakeld. Het protocol moet worden
ingeschakeld om de e-mailfunctie te gebruiken.
SMTP-poortnummer Stel het SMTP-poortnummer in. Normaliter wordt als poortnummer 25 gebruikt.
SMTP-servernaam Voer het IP-adres of de naam van de SMTP-server in. De naam en het IP-adres van de
SMTP-server mogen maximaal 64 karakters lang zijn.
Bij ingave van de servernaam moeten ook een IP-adres of DNS-server geconfigureerd
worden.
Het DNS-serveradres kan worden ingevoerd onder TCP/IP Instelling.
Time-out SMTP-server Stel de wachttijd voor time-out in seconden in.
Verificatieprotocol Hiermee wordt het SMTP-verificatieprotocol in- of uitgeschakeld of wordt POP voor
SMTP ingesteld als protocol. De SMTP-verificatie ondersteunt Microsoft Exchange
2000.
Verifiëren als Voor de verificatie heeft u de keuze uit drie POP3-accounts of u kunt een andere
account kiezen.
Aanmeldingsgebruikers-
naam Wanneer Overige wordt geselecteerd bij Verifiëren als, wordt de
aanmeldingsgebruikersnaam die u hier instelt gebruikt voor de SMTP-verificatie. De
aanmeldingsgebruikersnaam mag maximaal 64 karakters lang zijn.
Wachtwoord aanmelding Wanneer Overige wordt geselecteerd bij Verifiëren als, wordt het wachtwoord dat u
hier instelt gebruikt voor de verificatie. Het wachtwoord voor aanmelding mag
maximaal 64 karakters lang zijn.
SMTP-beveiliging Hiermee wordt de SMTP-beveiliging in- of uitgeschakeld. Als dit protocol is
ingeschakeld, moet SSL/TLS of STARTTLS worden geselecteerd. Om de SMTP-
beveiliging in te schakelen, moet de SMTP-poort mogelijkerwijs worden gewijzigd
overeenkomstig de serverinstellingen.
Standaard zijn de bekende SMTP-poorten 465 voor SSL/TLS en 25 of 587 voor
STARTTLS.
POP voor SMTP-timeout Stel de wachttijd voor time-out in seconden in wanneer u POP voor SMTP als
verificatieprotocol geselecteerd heeft.

2-21
Voorbereiding voor het gebruik
Papier plaatsen
Er kan papier worden geplaatst in de twee standaardcassettes en de multifunctionele lade. Daarnaast zijn ook een
optionele papierinvoeren verkrijgbaar (zie Optionele apparatuur op pagina A-2).
Voor het plaatsen van het papier in elk van de lades, zie de onderstaande pagina.
* Het papier wordt op dezelfde manier geplaatst als bij standaardcassette 1 en 2.
** Het papier wordt op dezelfde manier geplaatst als bij de extra grote papierinvoer (1500 vel x 2).
Cassette Cassette Pagina
Standaard Cassette 1,
Cassette 2 Standaardcassettes 2-23
Multifunctionele lade Multifunctionele lade 2-29
Optie Cassette 3,
Cassette 4 Papierinvoer (500 vel x 2)* 2-23
Extra grote papierinvoer (1500 vel x 2) 2-26
Cassette 5 Zij-invoer (3000 vel) 2-28
Zij-invoer (500 vel x 3)* 2-23
Extra grote zij-invoer
(500*, 1500 vel x 2**) 2-23
Cassette 6
Cassette 7 Zij-invoer (500 vel x 3)* 2-23
Extra grote zij-invoer
(500*, 1500 vel x 2**) 2-26
BELANGRIJK Voorzorgen bij het instellen van de energiebesparende stand.
• Het aantal vellen dat geplaatst kan worden verschilt afhankelijk van uw gebruiksomgeving.
• Om helderder kleurenafdrukken te verkrijgen wordt speciaal papier voor kleurenafdrukken gebruikt.
Gebruik geen inkjetprinterpapier of ander papier met een speciale coating. (Dergelijk papier kan papierstoringen of
andere defecten veroorzaken.)

Voorbereiding voor het gebruik
2-24
3Druk op de vergrendelingsknop (op de papierbreedtegeleider) om te
ontgrendelen. Houd het instelmechanisme voor de papierbreedte
vast en verschuif de papierbreedtegeleiders om ze aan te passen
aan het papierformaat.
4Leg het papier strak tegen de rechterkant van de cassette aan.
Als u nieuw papier uit de verpakking haalt, waaier het papier dan
eerst los voor u het in de cassette plaatst.
(Raadpleeg Voordat u het papier plaatst op pagina 2-22)
Bijvoorbeeld: A4
BELANGRIJK
• Controleer voor het plaatsen van het papier of het niet gekruld of
gevouwen is. Gekruld of gevouwen papier kan papierstoringen
veroorzaken.
• Zorg dat het papier niet boven de niveauaanduiding uitkomt (zie de
afbeelding links).
• Wanneer u het papier plaatst, houdt u de kant van de sluiting van de
verpakking naar boven gericht.
• De lengte- en breedtegeleiders van het papier moeten aan het
papierformaat worden aangepast. Wanneer u het papier plaatst
zonder deze geleiders aan te passen, kan het papier schuin worden
ingevoerd met papierstoringen tot gevolg.

2-25
Voorbereiding voor het gebruik
5Zorg ervoor dat de lengte- en breedtegeleiders stevig tegen het
papier geklemd zitten. Als er nog ruimte is, past u de geleiders
opnieuw aan het papier aan.
6Druk op de vergrendelingsknop (op de papierbreedtegeleider) om te
vergrendelen.
7Plaats de kaartjes zodanig dat het vermelde papierformaat en de
soort overeenkomen met het papier dat zal worden geplaatst. (De
vermelding is op beide kanten van het kaartje afgedrukt.)
8Duw de cassette voorzichtig terug.
9Selecteer het mediatype (normaal, gerecycled, enzovoort) dat in de
cassette is geplaatst. (Raadpleeg Papierformaat en mediatype voor
de cassettes opgeven op pagina 2-31)
Opmerking Als het apparaat langere tijd niet gebruikt gaat
worden, bescherm dan al het papier tegen vocht door het uit
de cassettes te verwijderen en in de bewaarzak voor papier
op te bergen.

Voorbereiding voor het gebruik
2-26
De extra grote papierinvoer (1500 vel x 2) (optioneel)
Elk van de optionele cassettes is geschikt voor normaal papier, gerecycled papier en gekleurd papier.
In de extra grote papierinvoer (1500 vel x 2) past tot 3000 vel (1500 vel x 2) normaal papier
(80 g/m2) (of tot 3500 vel (1750 vel x 2) normaal papier van 64 g/m2).
De volgende papierformaten worden ondersteund: A4, B5 en Letter.
1Trek de cassette naar u toe, totdat deze stopt.
2Draai het klemmetje van papierformaatgeleider (A) en verwijder het.
Trek papierformaatgeleider (A) omhoog en haal deze uit.
3Plaats papierformaatgeleider (A) in de sleuf (onderin de cassette) van
het papierformaat dat zal worden gebruikt.
Zorg ervoor dat de bovenkant van papierformaatgeleider (A)
overeenkomt met het papierformaat dat zal worden gebruikt, zet het
klemmetje terug en draai het om het te vergrendelen.
Probeer voorzichtig papierformaatgeleider (A) te bewegen om te
controleren of deze goed vast zit.
BELANGRIJK
• Wanneer u andere mediatypes gebruikt dan normaal papier (zoals gerecycled of gekleurd papier), dan moet u altijd de
instelling van het mediatype en het papiergewicht opgeven. (Raadpleeg Papierformaat en mediatype voor de cassettes
opgeven op pagina 2-31 en de Engelse gebruikershandleiding.)
De cassettes zijn geschikt voor papier met een gewicht tot 256 g/m2. Als u papier gebruikt met een gewicht tussen 106
en 256 g/m2, stel het mediatype dan in op Dik en stel het gewicht in van het papier dat u gebruikt.
• Plaats geen dik papier dat zwaarder is dan 256 g/m2 in de cassettes. Gebruik voor papier dat zwaarder is dan 256 g/m2
de multifunctionele lade.
Papier
formaatGgeleider (A)
Klemmetje

2-27
Voorbereiding voor het gebruik
4Duw, terwijl de onderkant van de cassette helemaal naar beneden
gedrukt is, op het lipje aan de zijkant van papierformaatgeleider (B)
om deze te ontgrendelen en trek papierformaatgeleider (B) uit.
5Pas papierformaatgeleider (B) aan aan het papierformaat.
A4
Plaats papierformaatgeleider (B) in de sleuf waar A4 bij staat (onderin
de cassette) en zet het lipje vast (u hoort een klikgeluid).
Probeer voorzichtig papierformaatgeleider (B) te bewegen om te
controleren of deze goed vast zit.
B5
Klap papierformaatgeleider (B) open zoals afgebeeld, plaats deze in
de sleuf waar B5 bij staat (onderin de cassette) en zet het lipje vast
(u hoort een klikgeluid).
Probeer voorzichtig papierformaatgeleider (B) te bewegen om te
controleren of deze goed vast zit.
Letter
Papierformaatgeleider (B) wordt niet bevestigd.
6Plaats het papier in de cassette.
Als u nieuw papier uit de verpakking haalt, waaier het papier dan
eerst los voor u het in de cassette plaatst.
(Raadpleeg Voordat u het papier plaatst op pagina 2-22)
Papierformaatgeleider (B)

Voorbereiding voor het gebruik
2-28
7Plaats de kaartjes zodanig dat het vermelde papierformaat en de
soort overeenkomen met het papier dat zal worden geplaatst. (De
vermelding is op beide kanten van het kaartje afgedrukt.)
8Duw de cassette voorzichtig terug.
9Selecteer het mediatype (normaal, gerecycled, enzovoort) dat in de
cassette is geplaatst. (Raadpleeg Papierformaat en mediatype voor
de cassettes opgeven op pagina 2-31)
Zij-invoer (3000 vel) (optioneel)
In de optionele zij-invoer past 3000 vel normaal papier (80 g/m2). De volgende papierformaten worden ondersteund: A4,
B5, Letter.
Trek de cassette naar u toe tot deze stopt en plaats het papier in de
cassette. Duw na het plaatsen van het papier, de cassette voorzichtig
terug.
BELANGRIJK
• Controleer voor het plaatsen van het papier of het niet gekruld of
gevouwen is. Gekruld of gevouwen papier kan papierstoringen
veroorzaken.
• Zorg dat het papier niet boven de niveauaanduiding uitkomt (zie
onderstaande afbeelding).
• Plaats het papier met de afdrukzijde naar boven.
Opmerking Als het apparaat langere tijd niet gebruikt gaat
worden, bescherm dan al het papier tegen vocht door het uit
de cassettes te verwijderen en in de bewaarzak voor papier
op te bergen.
Opmerking De standaard papierformaatinstelling is A4. Als
u het papierformaat wilt wijzigen in B5 of Letter, neem dan
contact op met uw servicevertegenwoordiger.
BELANGRIJK
• Controleer voor het plaatsen van het papier of het niet gekruld of
gevouwen is. Gekruld of gevouwen papier kan papierstoringen
veroorzaken.
• Zorg dat het papier niet boven de niveauaanduiding uitkomt (zie
onderstaande afbeelding).
• Plaats het papier met de afdrukzijde naar beneden.

2-29
Voorbereiding voor het gebruik
Papier in de multifunctionele lade plaatsen
In de multifunctionele lade past tot 150 vel normaal papier in formaat A4 of kleiner (80 g/m2) (of tot 165 vel normaal papier
van 64 g/m2) of tot 50 vel normaal papier groter dan A4 (80 g/m2) (of tot 55 vel normaal papier van 64 g/m2).
De multifunctionele lade is geschikt voor de papierformaten 12×18" en van A3 tot A6-R en Hagaki en van Ledger tot
Statement-R, 8K, 16K en 16K-R. Gebruik voor speciaal papier steeds de multifunctionele lade.
De capaciteit van de multifunctionele lade is als volgt.
• Normaal papier (80 g/m2), gerecycled papier, gekleurd papier in formaat A4 of kleiner: 150 vel
(64 g/m2 normaal papier: 165 vel)
• Normaal papier (80 g/m2), gerecycled papier, gekleurd papier in formaat B4 of groter: 50 vel
(64 g/m2 normaal papier: 55 vel)
• Hagaki: 30 vel
• OHP-folies: 10 vel
• Envelop DL, Envelop C4, Envelop C5, Envelop #10 (Commercial #10), Envelop #9 (Commercial #9), Envelop #6
(Commercial #6), Monarch, Youkei 4, Youkei 2: 10 vel
• Bannerpapier: van 470,1 mm tot maximaal 1220,0 mm:
1 vel (handinvoer), 10 vellen (wanneer optionele bannerlade is bevestigd)
1Open de multifunctionele lade tot deze stopt.
2Wanneer u papierformaten 12×18" en van A3 tot B4 en Ledger tot
Legal plaatst, trek dan het verlengstuk van de multifunctionele lade
uit tot het teken "∆" helemaal zichtbaar is.
BELANGRIJK Wanneer u andere mediatypes gebruikt dan normaal papier (zoals gerecycled of gekleurd papier),
dan moet u altijd de instelling van het mediatype en het papiergewicht opgeven. (Raadpleeg Papierformaat en me-
diatype voor de multifunctionele lade opgeven (multifunctionele lade instellen) op pagina 2-34 en de Engelse gebrui-
kershandleiding.) Als u papier gebruikt met een gewicht van 106 g/m2 of meer, stel het mediatype dan in op Dik en
stel het gewicht in van het papier dat u gebruikt.
Opmerking Wanneer u papier met een aangepast formaat plaatst, geeft u het papierformaat op zoals beschreven
in Papierformaat en mediatype voor de multifunctionele lade opgeven (multifunctionele lade instellen) op pagina 2-
34.
Wanneer u speciaal papier gebruikt zoals overhead of dik papier, selecteert u het mediatype zoals beschreven in
Papierformaat en mediatype voor de multifunctionele lade opgeven (multifunctionele lade instellen) op pagina 2-34.

Voorbereiding voor het gebruik
2-30
3Pas de papierbreedtegeleiders aan de breedte van het papier aan.
Als u nieuw papier uit de verpakking haalt, waaier het papier dan
eerst los voor u het in de cassette plaatst.
(Raadpleeg Voordat u het papier plaatst op pagina 2-22)
4Plaats het papier langs de papierbreedtegeleiders in de lade, totdat
het niet verder kan.
BELANGRIJK Plaats de afdrukzijde naar beneden.
Gekruld papier moet u recht maken voor gebruik.
Strijk de bovenzijde glad als die opgekruld is.
Wanneer u papier in de multifunctionele lade plaatst, controleer dan
eerst of er geen papier achtergebleven is van een vorig gebruik voor
u het papier plaatst. Als er slechts een kleine hoeveelheid papier
overblijft in de multifunctionele lade en u wil het aanvullen, verwijder
dan eerst het overgebleven papier uit de lade en voeg het bij het
nieuwe papier voor u het papier terug in de lade plaatst.
Als er nog ruimte is tussen het papier en de papierbreedtegeleiders,
pas de papierbreedtegeleiders dan opnieuw aan aan het papier om
te voorkomen dat het scheef ingevoerd wordt of vastloopt.
BELANGRIJK Zorg dat het papier niet boven de niveauaandui-
ding uitkomt (zie de afbeelding).
Opmerking Wanneer u enveloppen in de multifunctionele lade plaatst, kies dan de envelopsoort zoals
beschreven in Papierformaat en mediatype voor de multifunctionele lade opgeven (multifunctionele lade
instellen) op pagina 2-34.

2-31
Voorbereiding voor het gebruik
Opgeven van papierformaat en mediatype (cassette instellen)
De standaardinstelling van het papierformaat voor cassettes 1 en 2, de multifunctionele lade en de optionele papierinvoer
(cassettes 3 tot 7) is [Auto] en de standaardinstelling van het mediatype is [Normaal].
Om de papiersoort die in de cassettes gebruikt wordt, vast in te stellen, moet u de instellingen van het papierformaat en het
mediatype opgeven. (Raadpleeg Papierformaat en mediatype voor de cassettes opgeven op pagina 2-31)
Om de papiersoort die in de multifunctionele lade gebruikt wordt, vast in te stellen, moet u de instelling van het papierformaat
opgeven. (Raadpleeg Papierformaat en mediatype voor de multifunctionele lade opgeven (multifunctionele lade
instellen) op pagina 2-34)
Papierformaat en mediatype voor de cassettes opgeven
Om de papiersoort die in cassette 1 of 2 of de optionele papierinvoeren (cassettes 3 tot 7) gebruikt wordt, vast in te stellen,
moet u het papierformaat opgeven. Als u een ander mediatype dan normaal papier gebruikt, moet u ook de instelling van
het mediatype opgeven. Raadpleeg de Engelse gebruikershandleiding voor wijzigen naar een ander mediatype dan
Normaal.
Instelling Beschikbaar formaat/soort
Standaardformaten *
* Als de optionele extra grote papierinvoer (1500 vel x 2) en de optionele extra grote zij-invoer (500, 1500 vel x 2)
worden gebruikt, kunnen alleen A4, Letter en B5 worden opgegeven.
Selecteer uit de standaardformaten. De volgende papierformaten kunnen worden
geselecteerd.
Letter-R, Letter, Legal, A4-R, A4, B5-R, B5, A3, B4, Ledger, A5, Oficio II, 216×340 mm,
12×18", 8K, 16K-R, 16K, Statement, Folio
Mediatype Normaal, voorgedrukt**, Bond, gerecycled, Vellum**, ruw**, briefhoofd**, kleur**,
geperforeerd, dik**, hoge kwaliteit en Custom 1 (tot 8)**
** Dit kan niet geselecteerd worden wanneer het papiergewicht in de cassette Zwaar 5 of Extra zwaar is. Te
selecteren bij de multifunctionele lade.

Voorbereiding voor het gebruik
2-32
Cassette (1 tot 7) instellen (instellingen voor de cassettes)
Bij het laden van papier in de papiercassettes van de printer moeten onderstaande stappen gevolgd worden om het
afdrukformaat en papiersoort in te stellen.
Als de optionele papierinvoer geïnstalleerd is, wordt dezelfde procedure gebruikt voor het instellen van afdrukformaat en
papiersoort.
Cassette (1 tot 7) formaat (instellen van het afdrukformaat voor de cassette)
1Druk in menu Papierinstellingen op of om de papiercassette te
selecteren die u wilt instellen.
2Druk op [OK]. Menu Cassete # inst. verschijnt.
3Druk op of om Papierformaat te selecteren.
4Druk op [OK]. Scherm Papierformaat verschijnt, met een lijst van de
papierformaten die gebruikt kunnen worden voor de geselecteerde
cassette.
De beschikbare papierformaten zijn als volgt:
Auto(Metrisch)
Auto(Inch)
Letter-R
Letter
Legal
A4-R
A4
B5-R
B5
A3
B4
Ledger
A5
Oficio II
216x340mm
12x18"
8K
16K-R
16K
Statement
Folio
Cassette 1 inst.:
a
b
********************-
2
Mediatype
[ Einde ]
1
Papierformaat
Papierformaat:
a
b
********************-
2
Auto(Inch)
3
Letter-R
1
*Auto(Metrisch)
Opmerking Om het papierformaat automatisch te laten
selecteren op metrische of inchmaten, wordt Auto (Metrisch)
of Auto (Inch) geselecteerd.

2-33
Voorbereiding voor het gebruik
5Druk op of om het gewenste Papierformaat te selecteren.
6Druk op [OK]. Het papierformaat voor de cassette wordt ingesteld en
het scherm met menu Papier instel. verschijnt opnieuw.
Cassette (1 tot 7) formaat (instellen van de papiersoort voor de cassette)
Door een papiersoort (normaal, gerecycled, enz.) in te stellen voor de papiercassette is het mogelijk het papier in de
papiercassette automatisch te selecteren volgens de papiersoort die in het printerstuurprogramma opgegeven wordt. De
standaard instelling voor alle cassettes is normaal papier.
Raadpleeg Basisspecificaties papier op pagina A-4 voor meer informatie over papiersoorten die uit papiercassettes
ingevoerd kunnen worden. 1Druk in menu Papierinstellingen op of om de cassette te
selecteren die u wilt instellen.
2Druk op [OK]. Menuscherm Cassete # inst. verschijnt.
# toont het nummer van de in de printer geïnstalleerde cassette (1 t/
m 7).
3Druk op of om Mediatype te selecteren.
4Druk op [OK]. Scherm Mediatype verschijnt, met een lijst van de
mediatypen die gebruikt kunnen worden voor de geselecteerde
cassette.
De beschikbare mediatypen zijn als volgt:
Normaal
Voorgedrukt
Bankpost
Hergebruikt
Velijnpapier
Ruw
Briefpapier
Kleur
Geperforeerd
Dik
HogeKwaliteit
CUSTOM1 tot 8
5Druk op of om het gewenste mediatype te selecteren.
6Druk op [OK]. Het mediatype voor de cassette wordt ingesteld en het
scherm met menu Papier instel. verschijnt opnieuw.
Cassette 1 inst.:
a
b
********************-
2
Mediatype
[ Einde ]
1
Papierformaat
Mediatype:
a
b
********************-
2
Voorgedrukt
3
Bond
1
*Normaal

Voorbereiding voor het gebruik
2-34
Papierformaat en mediatype voor de multifunctionele lade opgeven (multifunctionele lade
instellen)
Om de papiersoort die in de multifunctionele lade gebruikt wordt, vast in te stellen, moet de instelling van het papierformaat
opgegeven worden. Geef bij gebruik van ander dan 'Normaal' papier het mediatype op.
Item Beschrijving
Papierformaat Selecteer uit de standaardformaten. De volgende papierformaten kunnen
worden geselecteerd.
Envelop Monarch, Envelop #10 (Commercial #10), Envelop DL,
Envelop C5, Executive, Letter-R, Letter, Legal, A4-R, A4, B5-R, B5, A3, B4,
Ledger, A5, A6, B6, Envelop #9 (Commercial #9),
Envelop #6 (Commercial #6 3/4), ISO B5, Custom*, Envelop C4, Hagaki,
Oufuku hagaki, Oficio II, 216×340 mm, 12×18", 8K, 16K-R, 16K, Statement,
Folio, Youkei 2, Youkei 4
* Raadpleeg Registreren van een papierformaat op pagina 2-37 voor het selecteren van Custom voor Custom papierformaat.
Mediatype De volgende mediatypen kunnen worden geselecteerd:
Normaal, transparant, voorgedrukt, etiketten, bond, gerecycled, vellum, ruw,
briefhoofd, kleur, geperforeerd, envelop, kaarten, gecoat, dik, hoge kwaliteit en
Custom 1 t/m 8**
** Raadpleeg de Engelse gebruikershandleiding voor het selecteren van Custom 1- 8 als mediatype.
Opmerking Raadpleeg de Engelse gebruikershandleiding voor wijzigen naar een ander mediatype dan Normaal.

2-35
Voorbereiding voor het gebruik
Instelling MF-lade (MF, lade-instelling)
Om juist af te drukken op papier dat via de MF-lade wordt ingevoerd, wordt onderstaande procedure gebruikt voor het
instellen van papierformaat en mediatype.
Papierformaat (instelling papierformaat voor MF-lade)
Dit kan gebruikt worden om het papierformaat in te stellen dat vanuit de MF-lade toegevoerd wordt. De standaard instelling
is Letter voor de V.S. en Canada en A4 voor andere landen.
Raadpleeg Basisspecificaties papier op pagina A-4 voor meer informatie over papiersoorten die uit de MF-lade ingevoerd
kunnen worden.
1Druk in menu Papierinstellingen op of om Inst. MF-lade te
selecteren.
2Druk op [OK]. Menuscherm Inst. MF-lade verschijnt.
3Druk op of om Inst. MF-lade te selecteren.
4Druk op [OK]. Scherm Papierformaat verschijnt, met een lijst van de
papierformaten die gebruikt kunnen worden voor de MF-lade.
De beschikbare papierformaten zijn als volgt:
Opmerking Als er papier ingevoerd wordt met een papierformaat dat niet overeenkomt met het huidige
papierformaat van de MF lade, kan het papier vastlopen.
Wanneer papierformaat en/of papiersoort ingesteld zijn in het stuurprogramma, krijgen de instellingen die in het
stuurprogramma gedefinieerd zijn, voorrang.
Inst. MF-lade
a
b
********************-
2
Mediatype
[ Einde ]
1
Papierformaat
Papierformaat:
a
b
********************-
2
Auto(Inch)
3
Envelop Monarch
1
*Auto(Metrisch)
Auto(Metrisch)
Auto(Inch)
Envelop Monarch
Envelop #10
Envelop DL
Envelop C5
Executive
Letter-R
Letter
Legal
A4-R
A4
B5-R
B5
A3
B4
Ledger
A5
A6
B6
Envelop #9
Envelop #6
ISO B5
Custom
Envelop C4
Hagaki
Oufuku Hagaki
Oficio II
216x340mm
12x18"
8K
16K-R
16K
Statement
Folio
Youkei 2
Youkei 4
Opmerking Om het papierformaat automatisch te laten
selecteren op metrische of inchmaten, wordt Auto (Metrisch)
of Auto (Inch) geselecteerd.

Voorbereiding voor het gebruik
2-36
5Druk op of om het gewenste Papierformaat te selecteren.
6Druk op [OK]. Het papierformaat voor de MF-lade wordt ingesteld
menuscherm Papier instel. verschijnt opnieuw.
Mediatype (instelling papiersoort voor MF lade)
Dit kan gebruikt worden om de papiersoort in te stellen die vanuit de MF-lade toegevoerd wordt. De standaardinstelling is
Normaal.
Raadpleeg Basisspecificaties papier op pagina A-4 voor meer informatie over de papiersoorten die uit de MF-lade ingevoerd
kunnen worden.
1Druk in menu Papierinstellingen op of om Inst. MF-lade te
selecteren.
2Druk op [OK]. Menuscherm Inst. MF-lade verschijnt.
3Druk op of om Mediatype te selecteren.
4Druk op [OK]. Scherm Mediatype verschijnt, met een lijst van de
mediatypen die gebruikt kunnen worden voor de MF-lade.
De beschikbare papiersoorten zijn als volgt:
Normaal
Transparant
Voorgedrukt
Etiketten
Bankpost
Hergebruikt
Velijnpapier
Ruw
Briefpapier
Kleur
Geperforeerd
Envelop
Karton
Gecoat
Dik
HogeKwaliteit
CUSTOM1 tot 8
5Druk op of om het gewenste mediatype te selecteren.
6Druk op [OK]. Het mediatype voor de MF-lade wordt ingesteld en
menuscherm Papier instel. verschijnt opnieuw.
Inst. MF-lade
a
b
********************-
2
Mediatype
[ Einde ]
1
Papierformaat
Mediatype:
a
b
********************-
2
Transparant
3
Voorgedrukt
[ Einde ]
1
*Normaal

2-37
Voorbereiding voor het gebruik
Registreren van een papierformaat
Om een papierformaat te gebruiken dat niet in de lijst met papierformaten van het apparaat staat, moet het papierformaat
worden geregistreerd in tabblad Basis van het scherm met printerinstellingen van het printerstuurprogramma.
Na registratie kan het afdrukformaat worden geselecteerd via menu Paginagrootten....
1Scherm Eigenschappen printerstuurprogramma weergeven.
2Klik op tabblad Basis.
3Klik op knop Paginagrootten... om het formaat te registreren.
4Klik op knop Nieuw.
5Geef de naam van de printer in.
6Geef de papiergrootte in.
Raadpleeg Banners afdrukken op pagina 3-9 voor afdrukken op
papier van 470,1 mm lang of langer of een maximale lengte van
1220,0 mm.
7Klik op de OK-knop.
8Selecteer het afdrukformaat (naam) zoals geregistreerd in de
stappen 4 t/m 7.
9Selecteer Multifunctionele lade.
10Selecteer een mediatype.
Opmerking Om af te drukken zonder het printerstuurprogramma te gebruiken, worden afdrukformaat en -type
ingesteld zoals uitgelegd onder Papierformaat en mediatype opgeven voor de Instelling MF-lade (MF, lade-
instelling) op pagina 2-35.
2
8
9
3
10 5
6
4
7

Voorbereiding voor het gebruik
2-38
Energiebesparingfunctie
Energiebesparende stand
Wanneer het apparaat gedurende een vooraf vastgestelde tijd niet actief is, wordt het berichtenscherm uitgeschakeld en
wordt het stroomverbruik gereduceerd. Deze stand heet de energiebesparende stand.
De standaard vooringestelde tijd is 3 minuten (voor de P-C4580DN) of 5 minuten (voor de P-C5580DN).
Als er gegevens ontvangen worden wanneer het apparaat in energiebesparende stand staat, licht het berichtenscherm op
en begint het afdrukken.
Om te hervatten wordt op OK gedrukt. Het apparaat is binnen 25 seconden gebruiksklaar.
Houd er rekening mee dat het apparaat door omgevingsfactoren zoals ventilatie langzamer kan reageren.
Slaapstand
Wanneer het apparaat gedurende een vooraf vastgestelde tijd in de energiebesparende stand staat, wordt het
berichtenscherm uitgeschakeld en wordt het stroomverbruik geminimaliseerd. Deze stand heet de slaapstand.
Als er gegevens ontvangen worden wanneer het apparaat in slaapstand staat, licht het berichtenscherm op en begint het
afdrukken.
Om te hervatten wordt op OK gedrukt. De P-C4580DN zal binnen 41 seconden bedrijfsklaar zijn, de P-C5580DN zal binnen
45 seconden bedrijfsklaar zijn.
Houd er rekening mee dat het apparaat door omgevingsfactoren zoals ventilatie langzamer kan reageren.
Wanneer het apparaat gedurende langere tijd niet wordt gebruikt
VOORZICHTIG Als u het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt (bijvoorbeeld 's nachts), zet het dan
uit met de hoofdschakelaar. Als u het apparaat nog langer niet gebruikt (bijvoorbeeld tijdens de vakantie),
haal dan om veiligheidsredenen de stekker uit het stopcontact.
VOORZICHTIG Verwijder het papier uit de cassettes en berg het op in de afgesloten bewaarzak voor papier om het
tegen vocht te beschermen.

2-39
Voorbereiding voor het gebruik
Bedieningspaneel
Berichtenscherm
Berichten die de status van de diverse afdrukbewerkingen aangeven, worden in het berichtenscherm getoond.
Statusinformatie
Foutcodes
Raadpleeg Foutmeldingen op pagina 5-6 voor informatie over foutcodes en fouten waarvoor de aandacht van de bediener
nodig is.
Bericht Betekenis
Even geduld aub. De printer is aan het opwarmen en is nog niet klaar.
Wanneer de printer voor het eerst ingeschakeld wordt, zal dit bericht enkele minuten
duren.
Even geduld aub.
Papier wordt
geladen...
Verschijnt wanneer er papier geladen wordt.
Wachten a.u.b....
Toner toevoegen... De toner wordt momenteel bijgevuld. Dit bericht kan tijdens het voortdurend afdrukken
van grote hoeveelheden pagina's, die een grote hoeveelheid toner verbruiken, zoals bij
foto's, worden getoond.
Wachten a.u.b....
Kleuren aan het
kalibreren...
De functie kleurenkalibratie wordt automatisch uitgevoerd bij het opstarten van de printer.
U kunt de functie ook handmatig opstarten vanuit het bedieningspaneel.
Raadpleeg de Engelse gebruikershandleiding voor meer informatie.
Gereed om te printen. De printer is gereed om af te drukken.
Wordt verwerkt. De printer ontvangt gegevens die afgedrukt moeten worden. Dit bericht wordt ook
getoond wanneer de printer een USB-geheugen of harde schijf aan het uitlezen is.
In slaapstand. De printer staat in de automatische slaapstand. De printer komt uit de automatische
slaapstand wanneer een taak ontvangen wordt. De printer warmt dan op en komt on-line.
Raadpleeg Slaapstand op pagina 2-38 voor meer informatie over de automatische
slaapstand.
Annuleren... Taken in de printer worden geannuleerd. Raadpleeg Een afdruktaak annuleren op pagina
2-42 voor het annuleren van een taak.

Voorbereiding voor het gebruik
2-40
Indicatoren in berichtenscherm
Lampjes voor Gereed, Data en Opgelet
Tijdens normaal gebruik en als de printer aandacht nodig heeft, zullen de volgende indicatoren (lampjes) oplichten.
Afhankelijk van de verlichtingsstatus heeft elk lampje de volgende betekenis:
Lampje Beschrijving
Knipperend. Geeft een fout aan die u kunt oplossen. Raadpleeg Problemen oplossen op pagina 5-1
voor meer informatie.
Of: de printer staat in de automatische slaapstand. De printer komt uit de automatische slaapstand
wanneer een taak ontvangen wordt. De printer warmt dan op en komt online.
Raadpleeg de Engelse gebruikershandleiding voor informatie over de automatische slaapstand.
Aan. Geeft aan dat de printer klaar en online is. De printer drukt de gegevens die ontvangen worden, af.
Uit. Geeft aan dat de printer offline is omdat het afdrukken handmatig of automatisch gestopt is als
gevolg van een foutconditie. Gegevens kunnen worden ontvangen maar worden niet afgedrukt.
Raadpleeg Foutmeldingen op pagina 5-6 als het afdrukken automatisch gestopt is toen zich een
foutconditie voordeed.
Knipperend. Geeft aan dat er gegevens worden ontvangen.
Aan. Geeft aan dat ontvangen gegevens worden verwerkt voordat het afdrukken begint, of dat er
gegevens van de harde schijf of geheugenkaart worden gelezen.
Gereed om te printen.
UW
A4
VX
A6
[ Status ] [ Toner ]

Voorbereiding voor het gebruik
2-42
Toetsen
De toetsen van het bedieningspaneel worden gebruikt om de bediening van de printer te configureren. Houd er rekening
mee dat bepaalde toetsen een secundaire functie hebben.
Toets Annuleren
• Een afdruktaak te annuleren.
• Het alarmgeluid te laten stoppen.
Een afdruktaak annuleren 1Druk op [Annuleren] wanneer de printer Wordt verwerkt
weergeeft.
De Lijst ann. taken verschijnt, met de lijst van huidige
afdruktaken.
2Druk op of om de gewenste taak weer te geven en druk op [OK].
De taak wordt geannuleerd. Bericht Weet u het zeker?
verschijnt; druk op [Ja] ([Linker keuzetoets]) om de taak te
annuleren of [Nee] ([Rechterkeuzetoets]) om de bewerking te
annuleren en door te gaan met afdrukken.
Wanneer u een taak annuleert, geeft het berichtenscherm
Annuleren... weer en het afdrukken stopt nadat de pagina die nu
afgedrukt wordt, uitgevoerd is.
Toets Afmelden
• Als gebruikersbeheer ingesteld is, meld u dan af door op [Afmelden] te drukken nadat de bewerkingen voltooid zijn.
Toets Menu
•[Menu] geeft toegang tot het menusysteem om de instellingen en de afdrukomgeving van de printer te wijzigen.
Toets Terug
• Annuleert de menu-instelling die nu weergegeven wordt en keert terug naar het menu voor de vorige stap.

2-43
Voorbereiding voor het gebruik
Pijltjestoetsen
• De vier pijltjestoetsen worden in het menusysteem gebruikt voor toegang tot items of het ingeven van numerieke
waarden.
Toets OK
• Instellingen of numerieke waarden en andere selecties te voltooien.
Cijfertoetsen
• Om cijfers en symbolen in te voeren.
Toets Wissen
• Wist ingevoerde nummers en karakters.
Toets Documentbox
• Druk op deze toets wanneer Documentbox gebruikt wordt. Raadpleeg de Engelse gebruikershandleiding voor meer
informatie.

Voorbereiding voor het gebruik
2-44
Linkerkeuzetoets / Rechterkeuzetoets
• Deze toetsen werken alleen wanneer de betreffende toetsentabs in het berichtenscherm getoond worden. Op de toets
drukken voert de functie uit die in het berichtenscherm getoond wordt.
Op de toets drukken voert de functie uit die in het berichtenscherm getoond wordt.
Bijv.:
Wanneer onderstaand menu getoond wordt, zal een druk op de [Linkerkeuzetoets] ([Ja]) het geselecteerde bestand
(laten) afdrukken. Een druk op [Rechterkeuzetoets] ([Nee]) annuleert het afdrukken en de printer keert terug naar het
menu voor de vorige stap.
• Deze toetsen werken alleen wanneer het bericht over vastgelopen papier op het berichtenscherm verschenen is. Er
verschijnt dan een help-bericht om het oplossen van de storing op de locatie mogelijk te maken.
Afdrukken.
Weet u het zeker?
[ Ja ] [ Nee ]

2-45
Voorbereiding voor het gebruik
Het menuselectiesysteem gebruiken
Menuselectiesysteem
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u het menuselectiesysteem gebruikt.
[Menu] op het bedieningspaneel maakt het mogelijk het menu te gebruiken om de printerinstellingen te configureren
volgens uw specifieke behoeften. Er kunnen instellingen gedaan worden wanneer Gereed om te printen., Even
geduld aub. of Wordt verwerkt. op het berichtenscherm van de printer aangegeven wordt.
Toegang tot het selectiemenu Modus
Druk op [Menu] wanneer Gereed om te printen. wordt aangegeven op het berichtenscherm.
Selectiemenu Modus wordt weergegeven.
Opmerking Instellingen die ontvangen worden vanuit toepassingssoftware en het printerstuurprogramma krijgen
voorrang boven instellingen die in het bedieningspaneel vastgelegd zijn.
Opmerking Alleen wanneer USB-geheugen geïnstalleerd is, wordt USB-geheugen getoond.
menu Selectie
Submenu
Druk op .
Druk op
.
Druk op
.
Druk op
.
Menu:
a
b
********************-
2
USB-geheugen
3
Teller [ Einde ]
1
Druk rapport af
Menu:
a
b
4
Papier instel.
5
Afdrukinstelling
********************-
[ Einde ]
6
Netwerk
Papier instel.:
a
b
1
Inst. MF-lade
********************-
3
Inst. mediatype
[ Einde ]
2
Cassette 1 inst.:
Mediatype:
a
b
********************-
2
Voorgedrukt
3
Bond
1
*Normaal
Bladeren pagina
Bladeren regel
Gereed om te printen.
UW
A4
A
A3
B
A4
[ Status ] [ Toner ]
De richting van de
bruikbare pijltjestoetsen
wordt op het betreffende
scherm getoond.
Links van de momenteel
geselecteerde instelling
wordt een asterisk (*)
weergegeven.

Voorbereiding voor het gebruik
2-46
Een menu selecteren
Het selectiemenu Modus is hiërarchisch. Druk op , , of om het gewenste menu weer te geven.
• Als er rechts bovenin het scherm [a ] verschijnt, kunt u de toetsen
en gebruiken om per regel naar boven en naar beneden te
bladeren door de menuopties en de toetsen en om per pagina
door de menuopties heen te bladeren.
• Aks rechts bovenin het scherm [P ] verschijnt, kunt u de toetsen en
gebruiken om tussen pagina's te wisselen.
Om terug te keren naar het menu dat een niveau hoger ligt, wordt op
[Terug] gedrukt.
Een menu selecteren
Kies het gewenste menu en druk op OK. U kunt nu opties selecteren in
het menu. Druk op , , of om de gewenste instelling te selecteren
of in te voeren en dan op [OK] om uw keuze te bevestigen.
Als u uit een lijst met instellingen kiest, wordt links van de momenteel
geselecteerde instelling een asterisk (*) weergegeven.
Annuleren menuselectie
Als op [Menu] gedrukt wordt als een menu geselecteerd is, keert het berichtenscherm terug naar scherm Gereed om te
printen.
Menu:
a
b
********************-
2
USB-geheugen
3
Teller [ Einde ]
1
Druk rapport af
Detail:
P
b
Bestandsnaam: 1/ 4
ABCDEFGHIJKLMNOPQRST
N
[ Detail ]
Mediatype:
a
b
*********************
2
Voorgedrukt
3
Bond
1
*Normaal

2-47
Voorbereiding voor het gebruik
Toegang tot selectiemenu Modus
Dit gedeelte geeft uitleg over de procedures voor instellingen die gebruikt worden voor elk menu-item in selectiemenu
Modus. 1Druk, wanneer de printer Gereed om te printen, Even wachten
aub., In slaapstand of Wordt verwerkt weergeeft, op
[Menu]. Selectiemenu Modus wordt weergegeven.
2Telkens als u op of drukt, wijzigt de selectie.
• Druk rapport af
• USB-geheugen
•Teller
• Papierinstellingen
• Afdrukinstellingen
•Netwerk
• Algemeen apparaat
• Beveiliging
• Aanm./Taakacc.
• Aanp./Onderh.
• Op-functies
•Afsluiten
Raadpleeg de Engelse gebruikershandleiding voor informatie over al
deze items.
Opmerking Optioneel netwerk wordt alleen
weergegeven wanneer een netwerkinterfacekaart of een
draadloze netwerkinterfacekit als optie geïnstalleerd zijn.
Menu:
a
b
********************-
2
USB-geheugen
3
Teller [ Einde ]
1
Druk rapport af

Voorbereiding voor het gebruik
2-48

3-1
3 Afdrukken
Dit hoofdstuk bevat uitleg over de volgende onderwerpen:
Afdrukken - Afdrukken vanuit toepassingen ......................................................................................3-2
Enveloppen plaatsen.............................................................................................................................3-6
Banners afdrukken ................................................................................................................................3-9
Beveiligd 'follow me' afdrukken (optionele functie).........................................................................3-13

Afdrukken
3-2
Afdrukken - Afdrukken vanuit toepassingen
Volg onderstaande stappen om documenten vanuit toepassingen af te drukken.
1Creëer een document met een toepassing.
2Klik in de toepassing op Bestand en kies Afdrukken. Dialoogvenster
Afdrukken verschijnt.
3Klik op knop naast veld Naam en selecteer dit apparaat uit de lijst.
4Geef de gewenste hoeveelheid afdrukken in veld Exemplaren in.
Geef een nummer in tot 999.
Selecteer bij meer dan één pagina Sorteren om een voor een in de
volgorde van de paginanummering af te drukken.
5Klik op knop OK. Dialoogvenster Eigenschappen verschijnt.
6Selecteer tabblad Basis en klik op de vervolgkeuzelijst
Paginagrootten om het papierformaat te kiezen.
Om af te drukken op speciaal papier, zoals dik papier of overhead,
wordt op vervolgkeuzelijst Afdrukmateriaaltype geklikt en een
afdrukmateriaaltype geselecteerd.
Raadpleeg Banners afdrukken op pagina 3-9 voor afdrukken op
papier van 470,1 mm lang of langer of een maximale lengte van
1220,0 mm.
7Klik op Bron en selecteer de papierbron.
8Selecteer de afdrukrichting, ofwel Staand of Liggend om overeen te
komen met de richting van het document.
Wanneer gekozen wordt voor Roteren 180°, wordt het document
180° geroteerd.
9Klik op knop OK om terug te keren naar dialoogvenster Afdrukken.
10Klik op knop OK om te beginnen met afdrukken.
Opmerking Om documenten uit toepassingen af te drukken, moet u vanaf de meegeleverde CD-ROM (Product
Library) het printerstuurprogramma op uw computer installeren.
Opmerking Bij een keuze voor Auto wordt het papier
automatisch uit de papierbron gehaald die geladen is met papier
van een optimale afmeting en type. Om op speciaal papier zoals
enveloppen of dik papier af te drukken, wordt dit speciale papier
op de multifunctionele lade geplaatst en wordt MF-lade
geselecteerd.

3-3
Afdrukken
Scherm Eigenschappen printerstuurprogramma
Het scherm met eigenschappen van het printerstuurprogramma maakt het mogelijk een aantal printergerelateerde
instellingen te configureren. Raadpleeg de Printing System Driver User Guide op de CD-ROM voor meer informatie.
Nr. Beschrijving
1Snel afdrukken
Geeft pictogrammen weer die gebruikt kunnen worden voor het eenvoudig configureren van veel gebruikte functies. Elke
keer dat op een pictogram gedrukt wordt, wijzigt dit naar een afbeelding die overeenkomt met de afdrukresultaten en
worden de instellingen toegepast.
Basis
Dit tabblad groepeert basisfuncties die veel gebruikt worden. Het kan gebruikt worden om afdrukformaat,
bestemming, dubbelzijdig afdrukken en kleurenmodus te configureren.
Indeling
Dit tabblad maakt het mogelijk instellingen te configureren voor het afdrukken van verschillende lay-outs,
waaronder boekjes afdrukken, modus combineren, afdrukken van posters en schalen.
Finishing
Dit tabblad maakt het mogelijk instellingen te configureren m.b.t. het afwerken van afgedrukte media, waaronder
inbinden en nieten.
Imaging
Dit tabblad maakt het mogelijk instellingen te configureren m.b.t. de kwaliteit en kleurenmodus van de
afdrukresultaten.
Publiceren
Dit tabblad maakt het mogelijk kaften en inlegvellen te creëren en tussenlegvellen te gebruiken tussen
overheadbladen.
Taak
Dit tabblad maakt het mogelijk instellingen te configureren voor het opslaan van afgedrukte gegevens vanaf de
computer naar het apparaat. Regelmatig gebruikte documenten en andere gegevens kunnen op het apparaat
opgeslagen worden om op een later moment gemakkelijk af te drukken. Omdat opgeslagen documenten direct
vanaf het apparaat afgedrukt kunnen worden, is deze functie ook handig wanneer u een document wilt afdrukken
waarvan u niet wilt dat anderen het zien.
Geavanceerd
Dit tabblad maakt het mogelijk instellingen te configureren voor het toevoegen van tekstpagina's of watermerken
aan af te drukken gegevens. Het bevat ook een eenvoudige functionaliteit voor het aanpassen van kleuren.
1
23

Afdrukken
3-4
2Profielen
De instellingen van het printerstuurprogramma kunnen opgeslagen worden als profiel. Opgeslagen profielen
kunnen op elk gewenst moment teruggehaald worden, waardoor het nuttig wordt om vaak gebruikte instellingen
op te slaan.
3Herstellen
Klik hierop om de instellingen te herstellen naar de initiële waarden.
Nr. Beschrijving

Afdrukken
3-6
Enveloppen plaatsen
Er kunnen tot 10 enveloppen in de multifunctionele lade worden geplaatst.
De volgende envelopformaten kunnen worden gebruikt.
1Open de multifunctionele lade.
2Pas de papierbreedtegeleiders aan de breedte van de envelop aan.
Geschikte envelop Formaat
Monarch 3 7/8"×7 1/2"
Envelop #10 (Commercial #10) 4 1/8"×9 1/2"
Envelop #9 (Commercial #9) 3 7/8"×8 7/8"
Envelop #6 (Commercial #6) 3 5/8"×6 1/2"
Envelop DL 110×220 (mm)
Envelop C4 229×324 (mm)
Envelop C5 162×229 (mm)
Youkei 2 162×114 (mm)
Youkei 4 235×105 (mm)

3-7
Afdrukken
3Plaats de enveloppen helemaal tegen de papierbreedtegeleiders zoals weergegeven.
4Stel het formaat en type van de geplaatste kaart of envelop op het apparaat in.
Raadpleeg Papierformaat en mediatype voor de multifunctionele lade opgeven (multifunctionele lade instellen) op
pagina 2-34 voor meer informatie.
Wanneer u enveloppen of kaarten in
de multifunctionele lade plaatst
Plaats de enveloppen met de afdrukzijde naar
beneden.
Bijvoorbeeld bij het afdrukken van een adres.
Open de flap.
Enve-
loppen
liggend
Enve-
loppen
staand
Karton
(Hagaki)
Antwoord-
kaarten
(Oufuku
hagaki)
BELANGRIJK Gebruik ongevouwen antwoordkaarten (Oufuku hagaki).
Sluit de
flap.
BELANGRIJK Hoe u de enveloppen precies moet plaatsen (richting en kant) hangt af van het soort envelop. Zorg
dat u ze op de juiste manier plaatst. Anders kunnen ze in de verkeerde richting of op de verkeerde kant worden be-
drukt.

Afdrukken
3-8
Registreren van een afdrukformaat
Wanneer kaarten of enveloppen in de multifunctionele lade geladen zijn, moeten het afdrukformaat en type worden
ingesteld, waarna het afdrukformaat in tab Basis van het scherm met printerinstellingen voor het printerstuurprogramma
moet worden geregistreerd.
Na registratie kan het afdrukformaat worden geselecteerd via menu Paginagrootten....
1Scherm Eigenschappen printerstuurprogramma weergeven.
2Klik op tabblad Basis.
3Klik op knop Paginagrootten... om het formaat te registreren.
4Klik op knop Nieuw.
5Geef de naam van de printer in.
6Geef het afdrukformaat in.
7Klik op knop OK.
8Selecteer het afdrukformaat (naam) zoals geregistreerd in de
stappen 4 t/m 7.
9Selecteer Multifunctionele lade.
10Selecteer Kaarten of Envelop.
2
8
9
3
10 5
6
4
7

3-9
Afdrukken
Banners afdrukken
Wanneer een documentlengte van 470,1 mm tot maximaal 1220,0 mm aangegeven wordt voor afdrukken, wordt de
afdruktaak behandeld als het afdrukken van een banner.
* Wanneer de optionele bannerlade gebruikt wordt, kan er continu tot 10 vel bannerpapier worden
ingevoerd. (Raadpleeg Gebruik van de bannerlade (optie) op pagina 3-11)
Volg onderstaande stappen om bannerpapier in het printerstuurprogramma in te stellen.
1Klik op tabblad Basis en klik daarna op knop Paginagrootten....
2Klik op knop Nieuw geef de naam in, de lengte (470,1 mm of langer)
en de breedte van het aangepaste papierformaat dat geregistreerd
wordt in en klik op knop OK.
3Klik op Afdrukformaat, selecteer het aangepaste papierformaat dat
u hebt geregistreerd en klik op knop OK.
Max. aantal vellen 1 vel (handinvoer), 10 vel (wanneer optionele bannerlade is bevestigd*)
Breedte papier 210 tot 304,8 mm
Lengte papier Max. 1220 (48") mm
Papiergewicht 136 tot 163 g/m2
Papiersoort Zwaar 2
Bestemming Takenscheiderlade
Opmerking Wanneer KPDL wordt gebruikt voor de PDL-instellingen van het printerstuurprogramma, wordt een
lengte van 470,5 mm of langer afgehandeld als bannerafdruk.

Afdrukken
3-10
Wanneer in dit geval wordt afgedrukt, verschijnt een bericht op het bedieningspaneel van het apparaat. Plaats het papier in
de multifunctionele lade, blijf het ondersteunen zodat het niet valt en druk op [Doorgaan] (Rechterkeuzetoets). Druk om het
afdrukken te annuleren op [Annuleren].
BELANGRIJK Als een uitvoerlade die niet voor bannerafdrukken gebruikt kan worden, zoals de (optionele) mailbox
geselecteerd is in het printerstuurprogramma van de printer, wordt de uitvoerlade automatisch gewijzigd naar de ta-
kenscheiderlade.
Om handmatig op meerdere vellen papier af te drukken (zonder gebruik van de bannerlade), moet elk vel worden
geplaatst nadat het voorgaande is afgedrukt, waarna op [Doorgaan] (rechterkeuzetoets) gedrukt wordt.
Ondersteun het papier na het op [Doorgaan] (rechterkeuzetoets) drukken
met beide handen, zodat het juist ingevoerd wordt.
Nadat het afdrukken begint, moet het papier worden opgevangen wanneer
het uitgevoerd wordt, zodat het niet valt. Laat de stopper niet rechtop staan.
Dit kan papierstoringen veroorzaken.
Gebruik voor dit pa-
pier multifunct.lade.
Custom
Normaal [Doorgaan]

3-11
Afdrukken
Gebruik van de bannerlade (optie)
Wanneer de optionele bannerlade gebruikt wordt, kan er continu tot 10 vel bannerpapier worden ingevoerd.
1Open de multifunctionele lade tot deze stopt.
Klap het hulpstuk van de multifunctionele lade niet uit.
2Ontgrendel de vergrendeling van de papierbreedtegeleider van de
bannerlade en open deze tot maximale breedte.
3Bevestig de bannerlade aan de multifunctionele lade.
Plaats de openingen aan de zijkanten van de bannerlade op de tabs
op de zijkanten van de multifunctionele lade en druk deze op hun
plek.

Afdrukken
3-12
4Open de papierbreedtegeleiders van de bannerlade tot maximale
breedte.
Zorg ervoor dat de bannerlade bevestigd is, zodat de
papierbreedtegeleiders op de bannerlade zich buiten de
papierbreedtegeleiders op de multifunctionele lade bevinden.
5Laad bannerpapier zodat het onder de papierklembalk door gaat.
6Laat het bannerpapier teruglopen en plaats het einde op de
papierondersteuning.
7Pas de papierbreedtegeleiders aan de breedte van het papier aan.
BELANGRIJK Als er nog ruimte is tussen het papier en de papier-
breedtegeleiders, pas de papierbreedtegeleiders dan opnieuw aan
aan het papier om te voorkomen dat het scheef ingevoerd wordt of
vastloopt.

3-13
Afdrukken
8Pas de papierbreedtegeleiders op de bannerlade aan naar dezelfde
breedte als die op de multifunctionele lade en vergrendel de
geleiders.
BELANGRIJK Verwijder het papier wanneer er geen banners afgedrukt worden.
Beveiligd 'follow me' afdrukken (optionele functie)
Beveiligd follow me-afdrukken is een afdrukfunctie waarbij de gebruiker een afdruktaak naar een later te selecteren printer
afdrukt. Om deze functie te kunnen gebruiken zijn de volgende systeemomgevingen vereist.
Authenticatieserver: moet de Policy Manager (optie) installeren
ID-kaart en ID-kaartlezer: deze worden gebruikt om gebruikers te registreren en te authenticeren.
Spoolerserver: haalt de afdruktaak over naar een later te selecteren, indien vereist.
Neem voor meer informatie contact op met uw dealer of servicevertegenwoordiger.
Opmerking Het scherm voor afdrukbevestiging kan in het systeemmenu zo ingesteld worden dat het niet
verschijnt wanneer de bannerlade bevestigd is. Hierdoor is continu afdrukken op meerdere pagina's mogelijk.
(Raadpleeg de Engelse gebruikershandleiding.)
1De gebruiker
stuurt de
afdruktaak
naar de
spoolerserver.
2De
spoolerserver
ontvangt de
afdruktaak.
5De spoolerserver
stuurt de
afdruktaak naar
de geselecteerde
printer.
3Gebruiker logt in op
de authenticatie-
server met een ID-
kaart.
6De gebruiker haalt
de afdruktaak
naar de
geselecteerde
printer toe.
4
Authenticatie-
server bevestigt
de geregistreerde
aanmeldinformatie.

4-1
4 Onderhoud
Dit hoofdstuk bevat uitleg over de volgende onderwerpen:
Tonercontainer vervangen....................................................................................................................4-2
Tonerafvalbak vervangen......................................................................................................................4-5
Nietjes vervangen..................................................................................................................................4-8
Perforatorafvalbak leegmaken (optioneel)........................................................................................4-13
Reinigen................................................................................................................................................4-15

Onderhoud
4-2
Tonercontainer vervangen
Als de toner bijna op is, verschijnt in het aanraakscherm De toner is bijna op.. Zorg ervoor dat u een nieuwe
tonercontainer klaar heeft liggen om te vervangen.
Wanneer op het aanraakscherm De toner is leeg. verschijnt, moet de toner vervangen worden.
Reinig telkens als u de tonercontainer vervangt de onderdelen volgens de onderstaande instructies. Door vuile onderdelen
kan het resultaat minder worden.
De installatieprocedure van de tonercontainer is voor elke kleur gelijk. Hieronder wordt de procedure voor de gele
tonercontainer beschreven.
1Open de voorklep.
2Draai de ontgrendeling van de tonercontainer rechtop.
3Verwijder de tonercontainer en stop deze in de bijgeleverde plastic
afvalzak.
Opmerking
• Vervang de tonercontainer altijd door een originele tonercontainer. Niet-originele tonercontainers kunnen
slechte beeldafdrukken en apparaatstoringen veroorzaken.
• De geheugenchip in de tonercontainer van dit apparaat slaat informatie op die dient voor het verbeteren
van het gebruiksgemak, het recyclingsysteem van gebruikte tonercontainers en de planning en
ontwikkeling van nieuwe producten. De opgeslagen informatie bevat geen persoonlijke of individuele
gegevens en wordt volledig anoniem gebruikt voor de bovenstaande doeleinden.
VOORZICHTIG De tonercontainer mag niet worden verbrand. De vonken kunnen brandwonden
veroorzaken.
(Y) (C)
(M)
(K)

4-3
Onderhoud
4Haal de nieuwe tonercontainer uit de doos.
5Houd de tonercontainer verticaal en tik ongeveer 3 keer tegen de
bovenkant. Draai de tonercontainer om zodat de andere kant
bovenaan is en tik er op dezelfde manier tegenaan.
6Houd de tonercontainer horizontaal en schud deze ongeveer 3 keer
heen en weer.
7Houd de tonercontainer met beide handen vast en duw deze
voorzichtig helemaal naar achteren.

Onderhoud
4-4
8Als de tonercontainer niet verder geduwd kan worden, zet de
vergrendeling van de tonercontainer dan in de horizontale stand.
9Sluit de voorklep.
Opmerking Lever de lege tonercontainer en de tonerafvalbak in bij uw dealer of servicevertegenwoordiger. De
ingezamelde tonercontainers en tonerafvalbakken worden gerecycled of verwijderd volgens de betreffende
voorschriften.

4-5
Onderhoud
Tonerafvalbak vervangen
Als in het aanraakscherm Tonerafvalbak controleren. verschijnt, vervang de tonerafvalbak dan meteen.
1Open de voorklep.
2Druk op de toets voor ontgrendeling (1) en trek de tonerafvalbak (2)
naar buiten.
3Sluit de dop en haal de oude tonerafvalbak schuin omhoog uit.
VOORZICHTIG De tonercontainer mag niet worden verbrand. De vonken kunnen brandwonden
veroorzaken.

Onderhoud
4-6
4Stop de tonerafvalbak in de bijgeleverde plastic afvalzak.
5Haal de nieuwe tonerafvalbak voorzichtig uit de verpakking en open
de dop.
6Plaats de nieuwe tonerafvalbak.
7Duw op de aangegeven positie om de tonerafvallade af te sluiten. Als
de lade de juiste plek bereikt, dan klikt deze hoorbaar op z'n plek vast.

Onderhoud
4-8
Nietjes vervangen
In de optionele finisher voor 1000 vel, finisher voor 4000 vel en middenvouweenheid is een nietpatroon geïnstalleerd.
Als een bericht verschijnt dat de nietjes op zijn, dan moet de nietpatroonhouder bijgevuld worden met nieuwe nietjes.
Volg de onderstaande stappen om de nietjes bij te vullen.
Finisher voor 1000 vel (optioneel) 1Open de voorklep.
2Verwijder de nietpatroonhouder.
3Verwijder het lege nietpatroon uit de nietpatroonhouder.
4Plaats het nieuwe nietpatroon in de nietpatroonhouder.
Opmerking Als de nietjes in de nieteenheid op zijn, neem dan contact op met uw servicevertegenwoordiger of
verkooppunt.
Opmerking Het nietpatroon kan alleen worden verwijderd als
er geen nietjes meer in zitten.
Produktspecifikationer
Varumärke: | Triumph-Adler |
Kategori: | Skrivare |
Modell: | P-C4580DN |
Färg på produkten: | Zwart |
Antal lås: | 2 |
Kompatibla operativsystem: | Windows 7/Vista/XP/Server 2003/Server 2008/2000\nMac X 10.4.0 + |
Strömförsörjning via USB: | Ja |
Typ av anslutning: | USb 2.0 |
Mått (B x D x H): | 34.9 x 34.9 x 15.8 mm |
SIM-kortstöd: | Nee |
Behöver du hjälp?
Om du behöver hjälp med Triumph-Adler P-C4580DN ställ en fråga nedan och andra användare kommer att svara dig
Skrivare Triumph-Adler Manualer

13 Februari 2025

9 Januari 2025

7 Januari 2025

13 September 2024

13 September 2024

12 September 2024

12 September 2024

12 September 2024

11 September 2024

11 September 2024
Skrivare Manualer
- Skrivare Sony
- Skrivare Samsung
- Skrivare Xiaomi
- Skrivare LG
- Skrivare Huawei
- Skrivare HP
- Skrivare Panasonic
- Skrivare Epson
- Skrivare Honeywell
- Skrivare Olympus
- Skrivare Toshiba
- Skrivare Xerox
- Skrivare Canon
- Skrivare Agfaphoto
- Skrivare Brother
- Skrivare Sharp
- Skrivare Renkforce
- Skrivare Kodak
- Skrivare Lenovo
- Skrivare Polaroid
- Skrivare Sagem
- Skrivare Roland
- Skrivare Citizen
- Skrivare Nilox
- Skrivare Fujifilm
- Skrivare AVM
- Skrivare Konica Minolta
- Skrivare Mitsubishi
- Skrivare Velleman
- Skrivare Seiko
- Skrivare Argox
- Skrivare Oki
- Skrivare Royal Sovereign
- Skrivare Fujitsu
- Skrivare Digitus
- Skrivare Olympia
- Skrivare Dymo
- Skrivare Bixolon
- Skrivare Ricoh
- Skrivare Lexmark
- Skrivare Dell
- Skrivare Olivetti
- Skrivare Intermec
- Skrivare Zebra
- Skrivare D-Link
- Skrivare Kyocera
- Skrivare Minolta
- Skrivare DNP
- Skrivare GoDEX
- Skrivare Oce
- Skrivare Testo
- Skrivare Metapace
- Skrivare Ultimaker
- Skrivare Pantum
- Skrivare Ibm
- Skrivare Tomy
- Skrivare StarTech.com
- Skrivare Toshiba TEC
- Skrivare Frama
- Skrivare Builder
- Skrivare Kern
- Skrivare Kogan
- Skrivare Brady
- Skrivare ZKTeco
- Skrivare Star Micronics
- Skrivare Posiflex
- Skrivare Datamax-O'neil
- Skrivare Panduit
- Skrivare Dascom
- Skrivare HiTi
- Skrivare GG Image
- Skrivare Vupoint Solutions
- Skrivare Elite Screens
- Skrivare Primera
- Skrivare DTRONIC
- Skrivare Phoenix Contact
- Skrivare Videology
- Skrivare TSC
- Skrivare Star
- Skrivare EC Line
- Skrivare Colop
- Skrivare Equip
- Skrivare Approx
- Skrivare Fichero
- Skrivare Raspberry Pi
- Skrivare Epson 7620
- Skrivare Unitech
- Skrivare Middle Atlantic
- Skrivare IDP
- Skrivare Evolis
- Skrivare Fargo
- Skrivare Microboards
- Skrivare Tally Dascom
- Skrivare Custom
- Skrivare CSL
- Skrivare Nisca
- Skrivare Sawgrass
- Skrivare Mutoh
Nyaste Skrivare Manualer

2 April 2025

2 April 2025

2 April 2025

2 April 2025

2 April 2025

2 April 2025

1 April 2025

1 April 2025

31 Mars 2025